“Niets is zwart, niets is wit maar alles is ook niet grijs”

debate

Zes weken lang heb ik veilig achter mijn scherm – soms op kritische, soms op iets minder kritische wijze – mijn mening en gedachten gedeeld rond nieuwe media in het journalistieke landschap. Maar net zoals voor Thibault Courtois en Nafi Thiam komt er op het einde van het jaar ook voor mij een hoogtepunt. Geen trofee of beloning voor de beste blogster/blogger van het jaar, maar wel een confronterend debat tussen studenten journalistiek.

Ik ben meermaals met mijn neus op de feiten gedrukt; nieuwe media is voor mij op dit moment in mijn leven ondenkbaar. Hoewel ik deze nieuwe media (Facebook, websites, Instagram,..) reeds enkele jaren hanteer, heb ik nooit echt bewust stilgestaan bij de waarden die ze in mijn leven brengen. Ironisch genoeg werd net tijdens de weken dat ik een blog over nieuwe media schreef mijn Iphone gestolen. Mijn nummer één bron aan informatie heb ik dus enkele dagen moeten missen, maar dit gaf me meteen ook de kans om eens de som op de proef te nemen: “Kan ik leven zonder dit elektronisch apparaat?”. Natuurlijk kan ik dat. Ik had het er zelfs helemaal niet zo moeilijk mee. Maar ik merkte wel dat ik direct overschakelde op andere nieuwe media. Met mijn ouders stond ik in contact via e-mail, mijn vrienden bereikten me via Facebook en het nieuws? Dat verzamelde ik nog steeds via nieuws-websites. Het enige verschil: bij het ontwaken greep ik niet direct naar mijn gsm om DM-applicatie te openen, maar draaide ik me om, om nog enkele minuten verder te slapen. Een Iphone armer maar mentaal zo veel rijker dus. Ik zou dan ook graag mijn dankbaarheid betuigen tegenover deze nieuwe media. Uiteraard heb ik makkelijk spreken. Ik ervaar deze nieuwe media (nog) niet als sparring partner; ik heb geen deadlines, ik moet geen straffe verhalen uitbrengen… kortom, ik ben (nog geen) journaliste. Ik begrijp echter heel goed dat journalisten deze nieuwe media met argusogen bekijken en onzeker benaderen.

Om het debat hier ook op het internet op gang te trekken begin ik dan ook met enkele algemene stellingen:

“Het internet heeft democratisch potentieel”

“Het democratisch potentieel van het internet zal nooit verwezenlijkt kunnen worden”

“Nieuwe media hebben de manier van burgerparticipatie veranderd”

 Mijn allereerste blog ging over de vraag of nieuwe media het publieke debat verbeteren. Mijn beginnerscepticisme bracht me er toe om enig ongeloof in bij deze stelling te uiten. In dat opzicht volg(de) ik één van de stellingen van mijn medestudenten: “Burgerlijke ongehoorzaamheid via sociale media kan mensen op straat brengen, maar een echte verandering zal het niet teweegbrengen”. Eerlijk, ik weet het niet meer. Er zijn zo veel voor- en nadelen aan het gebruik van nieuwe media, dat ik het soms zelfs individu-gebonden vind of nieuwe media al dan niet kan bijdragen tot het publieke debat.

Nu las ik enkele dagen geleden een artikel in De Morgen (DM) dat onmiddellijk mijn aandacht trok. Een aantal lezers van De Morgen uitten kritiek op de beweerdelijke partijdigheid van de krant – ik gebruik hier bewust het woord objectiviteit niet meer. Het recente bewogen Belgische landschap met (bijna) wekelijks stakingen of protesten ligt hier aan de grondslag. De Morgen stelt dat “politiek weer leeft”, er mag terug openlijk worden gepraat over ideologie (halleluja!).

“De polarisering van de samenleving levert gesprekken op die boeiend en leerrijk zijn. Het debat staat op scherp. Zo scherp zelfs dat we niet meer opkijken van een belediging meer of minder. Het geroep en geblaf op Twitter en andere sociale media doet pijn aan de ogen. Zelfs een doodsbedreiging slikken we tegenwoordig. Dapper zijn de roepers vaak niet. Anoniem gooien ze hun radicale ideeën de wereld in. Maar ook dat verandert. Tijdens de laatste nationale staking zag je plots vrienden ruzie maken op Facebook, net als aan de toog en aan de keukentafel. Een teken dat we geraakt worden in wie we zijn.”
– De Morgen

Ja ook hier weer komt het voorbeeld van een veranderende burgerparticipatie aan bod. Of deze invloed heeft? Ik denk wel dat de stakingen van vakbonden en andere acties door burgers zeker invloed hebben op de samenleving. Ik voel een zure spanning tussen de stakers en de werkwilligen, tussen de politici en vakbonden, tussen de armen en rijken… Of ze een invloed hebben op de politiek, ik weet het niet. Maar op de samenleving, dat zeker! Sociale media en nieuwsmedia worden overrompeld met filmpjes van stakers die op – vaak ongepaste – wijze trots hun standpunt laten zien. Het respect voor de medemens is soms ver zoek. Kunnen we dan nog wel stellen dat deze burgerparticipatie die na het ondergaan van de zon online wordt verder gezet positief is?

Nu eindig ik opnieuw met een negatieve noot over de nieuwe media en burgerparticipatie. Wat nochtans helemaal niet mijn bedoeling is want burgerparticipatie kan zelfs zo mooi zijn dat het de hele wereld rond één gebeurtenis samenbrengt. Als je een frequent Twitter gebruiker bent heb je de laatste jaren letterlijk niet naast de bekende hashtags kunnen kijken #IllRideWithYou, #BringBackOurGirls, #BlackLivesMatter, #ICantBreath, #IceBucketChallenge,… Ik kwam dan ook tot de volgende stelling;

“Hashtags zoals IllRideWithYou zorgen voor een verhoging van solidariteit en medeleven”

Hoewel er naar verluidt een vals verhaal schuilt achter de start van deze hashtag, delen meer dan honderdduizenden mensen deze viraal. Deze hashtags zorgen er voor dat mensen over de hele wereld door middel van slechts een aantal woorden op de hoogte kunnen zijn van een verhaal. Hoe meer deze woorden gedeeld worden, hoe meer mensen het verhaal kennen. Dit zou zonder de komst van nieuwe media onmogelijk zijn geweest. Ik denk dus werkelijk dat dit soort media bij het grotendeel van de wereldpopulatie zorgt voor een verhoging van solidariteit en medeleven. In dezelfde week kwam er ook nog een andere hasthag tot leven #IndiaWithPakistan in de nasleep van de aanslag op de Pakistaanse school waar 141 doden vielen. Dit is een treffend bewijs van hoe solidariteit door de nieuwe media kan worden opgewekt, en dit tussen aartsvijanden zoals India en Pakistan.

Op het einde van mijn blog-calvarie zou ik graag willen eindigen met de volgende quote van De Morgen. Het betreft een quote die me positief verrast heeft. Mijn betoog tegen de hegemonische aard van nieuwsartikels wordt door deze uitspraak – tot mijn vreugde – wel wat gerelativeerd.

“Als het mainstream wordt een bepaalde stelling voor waarheid aan te nemen, als het kudde-denken dreigt te overheersen, dan stappen wij uit de stroom, nemen we een rustpauze, luisteren we en gaan we weer van start.”
– De Morgen

Niets is zwart, niets is wit maar alles is ook niet grijs. Het was niet altijd even makkelijk om een mening te geven over alle behandelende onderwerpen. Maar mijn taak zit er op. Ik kan met een gerust gemoed 2015 tegemoet, waar waarschijnlijk nog meer, nog fellere en nog interessantere discussies aan bod komen. Hopelijk ben ik binnen een half jaar dan geen student meer en kan ik deze discussies vanuit een ander standpunt benaderen. Wie weet hoort u nog wel van me…

– Katrien –


Bronnen

http://www.bbc.com/news/blogs-trending-30502337

http://memeburn.com/2014/12/is-illridewithyou-the-most-important-hashtag-of-2014/

http://colorwebmag.com/2014/12/20/illridewithyou-brings-australia-together-despite-fake-story/

http://www.demorgen.be/nieuws/de-morgen-wenst-u-de-regering-en-de-hele-wereld-een-zalm-toe-a2158656/

Afbeeldingen

http://europa.eu/citizens-2013/nl/join-debate

“The best way to predict the future is to create it”

Het was – nogmaals – een bewogen week wat betreft nieuws. De gijzeling in Sydney, de aanslag in een Pakistaanse school, de moord op acht kinderen in Australië, agenten neergeschoten in Verenigde Staten, Primark opende zijn deuren en zorgt voor een overrompeling van mensen in Brussel, een baby sterft na het inslikken van een punaise, … ik kan zo nog wel even verder gaan.

Tijdens de week woon ik op kot in Brussel en beschik ik niet over televisie of een krantenabonnement. Voor nieuwsgaring ben ik dus louter afhankelijk van online nieuwsmedia en sociale media. Ik vind het dan ook zeer moeilijk als iemand me vraagt of ik denk dat nieuwe media de ondergang van de oude media betekent. Als nostalgisch persoon zal ik altijd een papieren krant boven een elektronisch schermpje verkiezen. Maar als arme student moet ik – jammer genoeg – toegeven dat nieuwe media een godsgeschenk zijn. Ik moet ook toegeven dat ik minder en minder naar de gedrukte krant teruggrijp. In het begin van het academisch jaar keek ik vrijdagavond al uit om in de weekend ploeterend door de kranten door te brengen. Maar sinds een paar weken is dit niet meer zo. Ik informeer me tijdens de week dagelijks op verschillende nieuws websites. Dit heb ik mede te danken aan mijn thesisonderwerp dat gaat over Russia Today en CNN. Hiernaast gebruik ik ook de online applicaties van VTM Nieuws, Al Jazeera, De Morgen… Als me één ding duidelijk geworden is tijdens mijn Master in de journalistiek, is het dat nieuwsselectie en het voorstellen van nieuws afhankelijk is van de bron en de journalist. Ik beoog dan ook om een zo breed mogelijk beeld te krijgen van de gebeurtenissen in de wereld. Hoewel deze techniek mijn gedachtegang en wereldstandpunt positief beïnvloeden, verliezen voor mij de traditionele media aan kracht. Daar is één simpele reden voor; er komt vaak geen meerdere informatie aan het bod in de traditionele media. Alles wat ik dagdagelijks lees online – inclusief de updates per uur – is vaak al zo volledig dat traditionele media hier amper nieuwe informatie aan toevoegen.

the_one_minute_journalist_guide_to_understanding_the_internet_id48795831_size485

Het doet me zelfs een beetje pijn in het hart wanneer ik deze uitspraken neerschrijf. Ik wil dan ook meteen opmerken dat als mijn studententijd voorbij is, ik alvast snel een krantenabonnement aanschaf. Niet alleen om de verloren tijd in te halen, maar ook vooral omdat dat papier altijd mijn nummer één zal blijven. Ik geef toe, deze beslissing is niet helemaal rationeel maar blame it on nostalgia. Maar ja, is het wel veilig om toekomstplannen te maken, zeker als het over media gaat? Het is cliché, maar niemand kan de toekomst voorspellen, al mogen er nog zoveel Esmeralda’s of Cassandra’s bestaan in de wereld.

Frank De Graeve gaat de uitdaging toch aan en deelt zijn toekomstbeeld. Nieuwe media zijn inderdaad een bedreiging voor de traditionele media volgens de Graeve. Maar hij haalt direct een raak element aan als hij stelt dat de meeste journalisten nog steeds hun bronnen halen van traditionele media. Deze media zou dan toch niet zo overbodig zijn?

Een enquête afgenomen door Quadrant Communications (2012) toont ons in cijfers wat journalisten vinden van het gebruik van sociale media binnen hun journalistieke praktijken. En ik moet zeggen, de cijfers verbazen me! 46% van de journalisten ervaart sociale media niet als meerwaarde en zelfs 32% van de journalisten vindt dat sociale media te veel tijd in beslag neemt. Journalisten zijn dus in de woorden van Frank De Graeve “vrij conservatief wat hun job betreft”.

 Het is bijna 2015, tijd dus om zoals elk jaar voornemens te maken voor het nieuwe jaar. Frank De Graeve geeft ons alvast enkele journalistieke trends mee voor volgend jaar. De relatie tussen journalist en publiek verandert aanzienlijk door de komst van nieuwe media. “Once it’s on the internet, it’s there forever”. Dit geldt ook voor journalistieke praktijken. Vroeger was er een grotere afstand tussen journalist en lezer. Maar nu zijn de verwachtingen groter. Journalisten moeten zich vaker en vaker verantwoorden voor hun uitspraken. Het publiek is ook vaak niet meer tevreden alleen met one-way communicatie maar wil responderen en krijgt nu ook de mogelijkheid daartoe dankzij de komst van sociale media. Iedereen kan op die manier ook in het spreekgestoelte plaats nemen.

De Graeve haalde tijdens zijn gastles ook een anekdote aan dat mij terugbrengt naar mijn origineel beeld van een journalist. De journalist die met een volgekrabbeld notitieboekje in de hand op zoek gaat naar sterke verhalen. Nieuwe media brengen hiervoor een vervanging stelt De Graeve, namelijk de vele volgers die een journalist op Twitter kan hebben. De populariteit en bekendheid van journalisten liggen aan de oorsprong van dit fenomeen maar zorgen er ook voor dat de journalist achter de uitspraken hiervoor nu ook direct aanspreekbaar is.

An-old-black-and-white-pi-008

Een ander verschil met vroeger is ook dat nieuws op nieuwe media vaak 24 uur op 24 verschijnt wat niet het geval is met het televisiejournaal of met kranten. Deadlines liggen dus onvermijdelijk anders bij deze verschillende media. Of deadlines verdwijnen? Daar is De Graeve zeer duidelijk over: neen! Maar wel zullen deadlines op andere tijdstippen vallen en misschien zelfs strenger worden aangezien er elke minuut een update geplaatst moet worden op het internet. Nieuwe media zijn snelle media. “First come first get” zou men kunnen stellen, maar dit heeft ook een schaduwzijde nu men de tijd normaal nodig om bronnen te controleren niet meer heeft. Het nieuws moet namelijk snel gepubliceerd worden, voordat iemand anders dit doet.

“Wat begint als een Tweet, eindigt steeds vaker als een krantenartikel.”

– Frank De Graeve

Tot slot geeft De Graeve misschien wel de sleutel van de redding van de journalistiek. Zoals reeds gesteld heb ik de laatste weken door dat er in de traditionele media vaak niet meer nieuws aan bod komt dan in de nieuwe media. Het volstaat om een paar websites aan te klikken en zo de belangrijkste nieuwsfeiten te weten te komen. Het antwoord op dit probleem schuilt voor Frank De Graeve in de onderzoeksjournalistiek. Journalisten moeten zich meer ontfermen over de verhalen achter de gebeurtenissen. Zo zouden de nieuwe media dus de stimulans van de onderzoeksjournalistiek kunnen betekenen. Daar is wel plaats voor langzamere en diepgaandere nieuwsgaring. Maar er rest enkel nog – jammer genoeg – één van de belangrijkste aspecten, de financiële mogelijkheid om journalisten de kans te geven om onderzoek te doen en die is niet altijd aanwezig en wordt ook niet altijd gedragen door één van de belangrijke de klassieke sponsors van de pers, met name de publiciteit.

waj1

Mijn authentiek beeld van de journalist met een papieren agendaatje kwijnt dus dieper weg, mijn traditioneel mediagebruik daalt en ik krijg angst als later – zou ik ooit journaliste worden – al mijn woorden niet alleen door mijn redacteur maar ook door elke nieuwe mediagebruiker gewikt en gewogen zullen worden. Maar dat kan nu eenmaal het toekomstbeeld zijn. Misschien ervaar ik dezelfde angsten als journalisten die de overgang van gedrukte pers naar radio of van radio naar televisie hebben doorgemaakt. De anonieme journalist waarvan enkel zijn handschrift gekend was moest opeens beschikken over een goede stem of zelfs een geschikt uiterlijk. Het mag melig klinken, maar ik kijk er alvast naar uit om zowel de traditionele als de nieuwe media arena te betreden! Daarom zal ik nu ook stoppen met het kansloos proberen te voorspellen van de toekomst maar zal ik deze toekomst binnenkort – hopelijk – mogen mee creëren. Kortom: “The best way to predict the future is to create it.”(Abraham Lincoln)


Bronnen

Communications, Q. (2014, mei 3). Journalistenenquête 2012 . Opgeroepen op december 21, 2014, van MediaNet Vlaanderen: http://www.slideshare.net/Fredegre/journalistenenqute-2012-quadrant-communications-medianet-vlaanderen

De Graeve, F. (Brussel, 18.12.2014). Journalistiek in 2015 [Powerpointpresentatie].

Afbeeldingen

http://www.theguardian.com/science/blog/2013/jan/11/science-on-journalism-curriculum

http://www.masternewmedia.org/future-of-news-the-best-2009-articles-and-reports-from-masternewmedia/

Op verkenningstocht: de digitale kloof in België

????????

In mijn vorige blog sprak ik over het globale niveau van de digitale kloof. Misschien heeft u het al opgemerkt, het leven buiten België interesseert me meer dan het leven binnen onze landgrenzen. Ik voel me meer en meer een globale burger dit mede dankzij de kansen die ik krijg om naar het buitenland te gaan maar zeker en vast ook door de komst van nieuwe media die de globale wereld steeds meer toegankelijk maken.

Maar als Vlaamse studente journalistiek ben ik realistisch genoeg om te weten dat het belangrijk is om te weten wat er dichtbij ons gebeurt. Toen ik enkele dagen geleden met een vriendin sprak en vertelde dat ik een blog over de digitale kloof ging schrijven zei ze: “Oh maar die digitale kloof bestaat toch helemaal niet in België”. Ik wilde zelf een kordaat antwoord terug formuleren en stellen dat er uiteraard nog een digitale kloof bestaat maar dat deze steeds kleiner en onzichtbaar wordt. Maar ik moest eerlijk zijn… ik ken de situatie niet in België. Ik wil u dan vandaag ook meenemen op verkenningstocht om te weten te komen of bij ons de digitale kloof nog bestaat en wat de elementen die de toegang tot het internet uitsluiten of beperken.

Van een anticlimax gesproken, de eerste webpagina (armoedebestrijding.be) die ik open, antwoordt reeds op mijn eerste vraag; “Ja. Cijfers bevestigen dat in België nog steeds een digitale kloof bestaat en dat deze een weerspiegeling is van de sociale ongelijkheid”. Maar leest u gerust verder. Nu wordt het pas interessant.

Twee onderzoeken zijn opmerkelijk in deze context. Dit onderzoek van Roe en Broos dat in 2005 uitgevoerd werd en het onderzoek van Vandoninck en Roe dat dateert uit 2008, beiden op Vlaams niveau. Het blijkt dat op drie jaar tijd er een evolutie te zien is. De digitale kloof is verminderd wat betreft computer en internet toegang. Maar erg rooskleurig is het resultaat niet. Er komt namelijk een tweedelige tendens op gang. De helft van de respondenten stelt dat ze de computer dagelijks gebruiken terwijl één derde van de respondenten verklaart dat ze nooit een computer gebruiken. 38% van de bevraagden geven aan dat ze geen of beperkte computer kwaliteiten hebben. Toch even verschieten bij het lezen van deze cijfers, niet? Het is duidelijk dat ik – net zoals mijn vriendin die denkt dat de digitale kloof niet meer bestaat – niet goed op de hoogte ben van de situatie in Vlaanderen.

 Socio-demografische factoren blijven de belangrijkste kenmerken van uitsluiting. Het geslacht brengt geen significante verschillen in gebruik van computers. Maar uiteraard als we het over mannen en vrouwen hebben zijn er altijd enkele stereotiepen die naar boven komen en die in dit geval ook bevestigd worden. Mannen denken meer digitale vaardigheden te bezitten dan vrouwen terwijl vrouwen meer angst tonen tegenover computer gebruik.

Ook de leeftijd is een variabele die een invloed uitoefent op de digitale kloof. Veel van mijn vrienden hebben de laatste tien jaar hun grootouders aangeleerd hoe ze een sms of een e-mail moeten versturen. Ik vind dit fantastisch om te zien. Kleinkinderen die hun grootouders iets nieuws aanleren, de goede kant van de omgekeerde wereld! Toch is de kloof tussen jong en oud groot. Een oproep dus aan alle kleinkinderen om hun grootouders achter een scherm te zetten.

SKY20120404044537depraetered

U kent het wel, die typische vragen die aan het begin van een academisch jaar gesteld worden: “Wie van jullie heeft allemaal een Facebook account”, “Wie van jullie bezit een Twitteraccount”, “Wie heeft een eigen laptop?” Ik moet al niet meer rondom me kijken of ik ken het antwoord al. Op de meeste van deze vragen is het antwoord: iedereen. De achterliggende reden van dit antwoord heeft dan ook te maken met onze sociale klasse. Dit is ook één van de belangrijkste invloeden op de digitale kloof. Onder sociale klasse wordt er zowel het opleidingsniveau als de beroepsstatus verstaan. Zoals uit mijn eigen ervaring bleek, speelt de graad van opleiding dus een cruciale rol. Een klas met enkel hoogopgeleiden (masterstudenten) valt dan ook binnen de 99% van studenten die een computer gebruiken. Er zijn ook grote verschillen tussen werklozen en mensen die wel een job hebben

Maar misschien één van de interessante elementen die mede bepalen aan welke kant van de digitale kloof iemand zich bevindt, is zijn psychische attitude tegenover computers en internet. Broos en Roe stellen namelijk dat computerangst niet onderschat mag worden. Men kan van een vicieuze cirkel spreken want hoe slechter de vaardigheden van een persoon zijn wat betreft computer en internetgebruik, hoe slechter ook de attitude is van die persoon. Het zomaar ter beschikking maken van computers aan mensen zou dus vaak geen oplossing zijn.

 Het is dus helemaal niet zo, zoals vele mensen denken dat alle jongeren toegang hebben tot of ervaring hebben met het internet. Uitsluitingmechanismen zoals armoede en opleidingniveau dragen hiertoe bij. Maar Mariën bespreekt ook het gevoel van kwetsbaarheid en vervreemding dat jongeren kennen in onze maatschappij. Veel jongeren hebben zo problemen met de betrouwbaarheid van internet.

Het is dus duidelijk dat er nog steeds gesproken kan worden van een digitale kloof in België en Vlaanderen. Iets waarvan ik amper op de hoogte was. Hoeveel keer heb ik in mijn vorige blogs niet het verschil tussen België en een ander – weliswaar armer of minder geëvolueerd – land aangehaald en kwam ik tot de conclusie dat wij, Belgen het toch zo goed hebben. Ik wil mijn eerder gemaakte uitspraken zeker en vast niet tegenspreken. Maar ik besef wel dat een nuancering nodig is. Ik heb het makkelijk voor te zeggen. Ik pas binnen alle categorieën van iemand die toegang heeft tot computers en internet. Ik ben jong, hoogopgeleid en bezit de vaardigheden. Mijn geslacht laat ik even buiten beschouwing maar wees gerust, ik koester geen angst tegenover internet en computers. Maar niet elke persoon past binnen deze ideale categorie. Het is gemakkelijk om het ver geëvolueerde België tegenover andere minder geëvolueerde landen te zetten. Maar is het niet schrijnender om tot de vaststelling te komen dat in een land als België er nog altijd burgers zijn die geen toegang hebben tot computers? Maakt dat de kloof in onze samenleving niet nog groter?

cefd4202-ddaa-11e2-9341-a35c13c9def0_original_tablet


Bronnen

Armoedebesrijding. (2014, september 1). Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Opgeroepen op december 20, 2014, van Armoedebestrijding.be: http://www.armoedebestrijding.be/cijfers_digitale_kloof.htm

Broos, A., & Roe, K. (2005). Marginality in the information age: is the gender gap really diminishing? Communications , 30 (2), 251-260.

Schurmans, D., & Ilse, M. Naar Gebruikersprofielen van jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties: Over digitale media, sociale context en digitale ongelijkheden. Kenniscentrum Mediawijsheid. Brussel: Mediawijs.be.

Vandoninck, S., & Roe, K. (2008). The digital divide in Flanders: Disappearance or persistence? Communications , 33, 247-255.

Afbeeldingen

http://www.skynet.be/nieuws-sport/nieuws/dossier/867925/de-digitale-week-verkleint-de-digitale-kloof

http://www.standaard.be/cnt/dmf20130625_00636275

http://www.illuminousz.nl/overbrug-de-kloof-met-marietta-brongers/

Survival (of the fittest) in the digital world

De wereld waarin ik – en hoogstwaarschijnlijk ook alle andere lezers van deze blog – leef, zit vol met gepresumeerde vanzelfsprekendheden. Als we iets moeten opzoeken nemen we onze computer, Smartphone of Ipad en klaar is kees. Als we willen afspreken met iemand volstaat één telefoontje of smsje om met elkaar in contact te komen. Als we het weer voor de volgende dagen willen kennen is dit slechts één app verwijderd. Maar als we even naar een land reizen – en daarvoor moeten we nog niet eens naar een andere tijdzone gaan– dan vinden we deze luxe niet altijd. We zijn dan gecharmeerd dat sommige mensen nog in contact met elkaar staan via tamtam of handgeschreven brieven. We vinden dat dan vaak eigen aan die cultuur omdat deze anders is dan onze cultuur en onze gewoonten. Maar is dit Westerse standpunt eigenlijk niet vrij egoïstisch? Voor onze jaarlijkse vakantie kan het wel eens tof zijn om geen internettoegang te hebben en bevrijd te zijn van een stroom van e-mails, tweets, berichten en informatie. Maar voor ons geldt dit hoogstens gedurende enkele weken per jaar. Wat als je nooit toegang tot het internet kan hebben? In deze context wordt dan verwezen naar de digitale kloof.

digital_divide-e1345768702912

De digitale kloof kan verwijzen naar twee niveaus, namelijk het nationale en het globale niveau. Het nationale niveau wil zeggen dat er een verschil is tussen ‘information haves’ en ‘information have nots’, hiermee wordt naar de kloof tussen arm en rijk gerefereerd. Maar in deze blog zou ik het graag willen hebben over het globale niveau van de digitale kloof. De digitale kloof wordt op globaal niveau gedefinieerd als de mate waarin rijke en arme landen voordelen hebben aan nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, zoals o.m. internet. Deze toegang tot internet – wat eigenlijk synoniem is van toegang tot informatie – heeft volgens Christopher Vollmer, leider van de ‘strategy & global media and Entertainment practice’, een positieve invloed op alle aspecten van de ontwikkeling van een land. Het bruto binnenlands product stijgt namelijk naar mate een land aan digitalisatie wint. Bewezen is ook dat er nieuwe werkgelegenheid komt en dat de levenskwaliteit en de opvoedingsgraad stijgen door de komst van technologie in een land. De Verenigde Naties namen dan ook deze term op in hun ‘Human Development Report’ en gebruikten digitalisatie als oplossing voor traditionele problemen van armoede, gezondheid, onderwijs, tewerkstelling en sociale gelijkheid.

Statistieken tonen aan dat Europa het werelddeel is waar de ICT development Index (IDI), het hoogste is. Afrika is het land met de laagste IDI. Ook Azië en de Arabische staten liggen onder het wereldgemiddelde van IDI.

4afrika

We kunnen er dus niet onderuit. Internet geeft toegang tot informatie, informatie geeft toegang tot kennis, en kennis geeft macht. Maar zijn mensen uit arme landen wel op zoek naar dit soort macht. Zelf ben ik enkele jaren geleden in Cambodja geweest, één van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Ik herinner me het stadje Kratie nog goed. Immense regenval zorgde er voor dat een vriendelijke Cambodjaan me binnenliet in zijn huis. Zijn gastvrijheid was hartverwarmend maar ik moest toch even slikken toen ik zijn huis betrad. Een houten constructie dat de regen amper tegenhield. Is technologie dan belangrijker dan een dak boven je hoofd? Voor mijn vriendelijke Cambodjaan zou de keuze snel gemaakt zijn. Deze gedachte komt niet enkel bij mij op. Ook Bill Gates, de topman van Microsoft, is bezorgd om andere dingen dan technologie in derde wereldlanden. Hij focust zich dan ook met zijn Bill & Melinda Gates Foundation op het verbeteren van gezondheid in deze landen. In de zelfde lijn kadert ook de houding van het Copenhagen Consensus Project, dat een samenkomst is van werelds grootste economische leiders die oordelen over wat de belangrijkste ontwikkelingsmiddelen in de wereld zijn. Van de 17 prioriteiten stond ICT er niet tussen.

Dus, langs de ene kant zorgt technologie voor een verbetering van de levensstandaard, werkgelegenheid en scholingsgraad. Maar we mogen de andere – meer levensbedreigende – problemen niet over het hoofd zien. Ik vind het helemaal niet eenvoudig te bepalen wat nu het belangrijkste is. Dit komt wellicht omdat ik nog in een wereld heb geleefd waar men niet alles op het internet kon opzoeken of waar men niet even snel een smsje kon sturen. Maar mijn tienerjaren zijn lang voorbij. Ik neig te zeggen dat de prioriteit is om mensen basisbehoeften te kunnen geven. Water is nu eenmaal belangrijk dan internet. Maar misschien ga ik te kort door de bocht. Er zijn namelijk veel nieuwe mogelijkheden voor deze armere landen die precies door de komst van het internet mogelijk worden gemaakt. Zo bestaat er een website waar vissers kunnen controleren welke vis ze in welk deel van de zee kunnen vangen. Ook het raadplegen van weersvoorspellingen kan veel boeren van pas komen. Deze landen de luxe van het internet, zoals wij dit kennen, niet gunnen zou niet correct zijn. Het is net belangrijk dat deze landen mee evolueren en zo hun levensstandaard kunnen verbeteren. Anders blijven we misschien nog lang over derde wereld landen spreken.

 Daarnaast wil ik nog een kleine kanttekening maken. Vorige zomer trok ik voor een maand naar Cuba. Geen internettoegang gedurende een maand, niet voor ons toeristen, maar ook niet voor de lokale bevolking. In één van mijn vorige blogs heb ik al verteld dat ik dit soort ‘vrijheid’ erg apprecieerde. Maar hoe stond de lokale bevolking er tegenover? We verbleven altijd in casas particulares, dit wil eigenlijk zeggen dat we bij mensen thuis verbleven. Zo sliepen we één nacht bij een koppel die een tienerdochter had. In haar kamer stond een computer, even dacht ik, misschien kan ik vanuit hier in contact staan met de buitenwereld. Maar uiteraard, geen internet op de computer. Het was verfrissend om te zien hoe zowel de jonge als de oude bevolking op een bepaalde manier socialer zijn dan wij Belgen en Westerlingen. Mensen kijken niet om de tien minuten of om het uur op hun gsm. Er is geen stroom van e-mails die men direct moet nalezen. Nee, iets langer op het strand blijven en salsa dansen. Zo vullen jong en oud hun vrije tijd. Verfrissend, niet?


Bronnen

Behind the digital divide. (2005, maart 10). Opgeroepen op december 14, 2014, van Economist: http://www.economist.com/node/3714058

James, J. (2004). The global digital divide in the Internet: developed countries constructs and Third World realities. Journal of Communication Science , 31 (2), 114-123.

Union, I. T. (2014). Measuring the Information Society Report. Switzerland: ITU.

De Smaele, H., & Verschooten, C. (Brussel, 11.12.2014). Nieuwe media en mediaconvergentie: de digitale kloof [Powerpointpresentatie].

http://www.economist.com/node/3714058

Afbeeldingen

http://www.siliconbeat.com/2012/08/23/californias-digital-divide-closing-but-still-there/

http://www.neowin.net/news/microsoft-expands-african-white-spaces-internet-project-to-south-africa

Internet, vroedvrouw van ontluikende democratie?

FC3AA865-5AE4-49C6-9A4D-6C840CBE40A2_w640_r1_s_cx0_cy7_cw0

Volgens veel mensen en onderzoekers gaan internet en democratie hand in hand. Technologie haalt de macht weg uit het hiërarchische centrum en geeft die macht aan het individu. Er wordt zelfs gesproken van een onbegrensd sneeuwbaleffect van informatie. Ook wordt er naar internet verwezen als de ‘Fifth Estate’, dat in staat is de gevestigde machten te bekampen en de democratie meer pluralistisch te maken. Vaak wordt in deze context ook verwezen naar de Arabische lente. In één van mijn vorige blog posts heb ik reeds het Twitter gebruik aangehaald tijdens deze periode. Ik kwam tot de conclusie dat Twitter inderdaad een sociaal medium is dat vrijheid en hoop in tijden van crisis centraal kan zetten.

“Web 2.0,” as a kind of recipe for the advancement of democracy and human rights, the furthering of dialogue among social groups, and, ultimately, for the achievement of peace at the global level.”
– Köcher
President van de International Progress Organization 

Dus, geen internet, geen vrijheid?

Laten we even kijken naar een land dat de laatste jaren in de media is verschenen wegens recente democratische hervormingen. In 2010 hield Myanmar voor het eerst in twintig jaar verkiezingen. Na een militaire dictatuur van ongeveer vijftig jaar, werd de eerste stap richting een volksregering gezet. Met argusogen keek de wereld toe. Myanmar was tot dan zo goed als afgesloten van de buitenwereld door militaire- en overheidscensuur. Strenge internetcensuur maakte het namelijk onmogelijk om anoniem actief te zijn op het internet. Een Cyber Warfare Division werd opgericht om online kritiek te bespeuren. Ook journalisten en bloggers mochten niet zomaar schrijven wat ze wilden, talrijke journalisten werden dan ook jarenlang gevangen gehouden. Het is daarom interessant om een kort overzicht te geven van de evolutie en veranderingen die Myanmar in haar democratisch proces de laatste jaren heeft doorgegaan en hoe de komst van internet hierin past.

In 2007 ontstond er een grootschalig protest in Myanmar. Deze opstand wordt ook wel de saffraan revolutie genoemd, door het grote aantal boeddhisten die meededen aan deze opstand. Door het gebruik van satelliet telefoons en internet waren lokale bewoners in staat om nieuws, foto’s en filmpjes uit te sturen naar internationale nieuwsmedia. Deze nieuwsmedia zond de ingezonden informatie dan ook uit en zo was heel de wereld indirect in contact met wat er gebeurde in Myanmar. Als men dit vergelijkt met de opstand in 1988, waaraan amper internationale aandacht werd besteed, vond dit mede zijn oorzaak in de omstandigheid dat de internationale nieuwsmedia eenvoudigweg weinig of geen materiaal hadden om uit te zenden. In dit opzicht is bij de gebeurtenissen in 2007 internet een sterk hulpmiddel van de Myanmarese bevolking gebleken. Haar stem werd geamplificeerd en wereldwijd uitgezonden.

Burma-Protest_7

Uit een onderzoek uitgevoerd in 2010 bleek ook dat bloggen het snelst groeiende internetmedium is in Myanmar. Maar liefst een verhoging van 25 procent van blogs ten opzichte van 2009 werd vastgesteld. Het merendeel van de blogs werd geschreven door mensen tussen de 21 en 30 jaar oud. Hoewel de platformen, zoals WordPress en Blogspot verboden waren, gebruikten bloggers proxy servers om deze censuur te ontlopen. Een sterke aanwijzing dat technologie een belangrijk hulpmiddel is in de strijd tegen censuur.

De komst van President Thein Sein in 2011 heeft zeker en vast enkele belangrijke veranderingen teweeg gebracht. Perscensuur verdwijnt stilaan en een belofte voor de uiteindelijke stopzetting van alle perscensuur werd gemaakt, hiermee bedoelende dat internet een vrij gegeven zou worden, alleen pornografie sites en terrorisme sites worden hier niet onder verstaan. Daarnaast werd in 2013, na jarenlange afwezigheid van mobiele telefoons bij de lokale bevolking, beslist de toegang tot mobiele telefoons voor de lokale bevolking gemakkelijker te maken. In 2011 had slechts 3 procent van de lokale bevolking een mobiele telefoon, niet in het minst omdat het kopen van een SIM kaart al snel 2040 euro kostte. Onbetaalbaar dus voor het grotendeel van de Myanmese bevolking en een vorm van onrechtstreekse censuur. De prijs van een SIM kaart werd verlaagd tot ongeveer 200 euro, nog steeds onbetaalbaar voor de gemiddelde Myanmees. Maar het percentage van inwoners die een mobiele telefoon hebben steeg wel naar 12 procent. Het doel van de overheid is dat tegen 2016, 74 procent van het land toegang heeft tot mobiele telefonie. De internationale niet-gouvernementele organisatie FHI360 stelde dat tegen 2018 elk huishouden een mobiele telefoon zal bezitten en de bevolking ook digitale en literaire geletterdheid zal hebben aangeleerd om zo het internet te kunnen gebruiken. Dit zal zonder twijfel een grote impact hebben op de vrijheid van de bevolking. Ook nu al zijn er voorbeelden over hoe internet het dagdagelijkse leven van mensen veranderen. Zo bestaan er apps die boeren verwittigen over mogelijke ziektes en plagen die hun vee kunnen aantasten. Er is ook reeds een beperkt platform waar mensen geld kunnen zenden naar hun familieleden die ver weg wonen.

img_572-cropped

Deze nieuwe (media) medaille kent echter ook een keerzijde, die aantoont dat een bevolking die geen ervaring heeft om met sociale media om te gaan, dit met de nodige omzichtigheid moet doen. Er wordt immers vastgesteld dat er vaak roddels worden verspreid via sociale media. De (onjuiste) mededeling dat een vrouw was verkracht door twee mannen van een andere religie gaf zo aanleiding tot grote opstanden.

 Internet heeft zonder twijfel een zekere democratische macht. Ik benadruk hierbij het adjectief ‘zekere’ .Waarom anders zouden zo veel landen moeite doen om internetcensuur op te leggen? Net omdat overheden weten dat internet de plaats is waar mensen kritiek en ideeën kunnen uiten, niet in overeenstemming met de gevestigde waarden. Internet heeft dus zeker macht. Maar macht kan ook een negatieve connotatie krijgen. Ongebreidelde toegang tot het internet kan aanleiding geven tot chaos en chaos kan de democratie op onbeheersbare wijze ernstig beschadigen. Roddels die verspreid worden met opstanden tot gevolg, zijn hiervan een duidelijk exponent. Men moet in rekening houden dat Myanmar één van de eerste landen zal zijn dat de evolutie van een gewone mobiele telefoon naar een Smartphone heeft overgeslagen. Internettoegang zal alleen maar meer en meer beschikbaar worden voor de Myanmese bevolking. Er is een onmiskenbaar risico dat de snelheid waarmee deze evolutie gepaard gaat een omgekeerd democratisch gevolg zou veroorzaken, omdat niet iedereen vertrouwd is met de (negatieve) macht van het internet. Ik kan alleen maar hopen dat Myanmar de weg naar vrijheid – gestuurd door de positieve macht van het internet – de komende jaren beter zal leren kennen en deze evolutie gepaard zal gaan met de gepaste digitale letterkundigheid die hierbij vereist is.


Bronnen

Krebs, V. (2001, April 20). The Impact of the Internet on Myanmar. Opgeroepen op December 6, 2014, van First Monday : http://firstmonday.org/ojs/index.php/fm/rt/printerFriendly/1800/1680

Selth, A. (2008). Burma’s ‘saffron revolution’ and the limits of international influence. Australian Journal of International Affairs , 3 (62), 281-297.

Smith, M. (2002). Burma (Myanmar): The Time for Change. London: Minority Rights Group International.

Mason, P. (2012). Why it’s kicking off everywhere: The new global revolutions. London: Verso.

 http://www.businessweek.com/articles/2014-09-29/myanmar-opens-its-mobile-phone-market-cuing-carrier-frenzy

http://oneworld.org/2014/10/19/myanmar-racing-toward-democracy-smartphones-in-hand/

Afbeeldingen

http://burmaaktion.blogsport.eu/fotogalerie/proteste-in-burma-2007/

http://oneworld.org/2014/10/19/myanmar-racing-toward-democracy-smartphones-in-hand/

http://www.voanews.com/content/burmese-journalists-demand-release-of-colleague/1824984.html

Politieke digitale arena

001_RBIAdam-image-ORNET4119I01

Als 23 jarige ben ik al vijf jaar stemgerechtigd. Als jongste uit een groot gezin keek ik uit naar het moment waarop ik mijn eerste stem mocht uitbrengen. Mijn enthousiasme werd niet echt gedreven door mijn politieke interesse maar meer omdat ik net zoals mijn broer en zus ook ‘volwassen’ wou zijn. Van jongs af aan zag ik het landschap tijdens de verkiezingsperiode verkleuren met vele posters en affiches van bekende en minder bekende politici. Het leek wel of op elke hoek van de straat eraan herinnerd werd dat er verkiezingen waren. Maar zoals de oplage van de papieren krant gedaald is, daalde in mijn opzicht ook het aantal papieren verkiezingsposters. Hiermee bedoel ik dat ik vaker in aanraking kom met de verkiezingen als ik op het internet surf, dan dat ik op straat loop. En het zal jullie niet verwonderen dat de informatiestroom nog groter was op het web. Leve de digitalisatie! Zo denken de politieke partijen toch.

Uit mijn vorige blog posts is – hopelijk – duidelijk geworden dat de nieuwe media ons leven grondig veranderd heeft de laatste jaren. Onze gezondheid, journalistieke praktijken, nieuwsvergaring, het delen van informatie,… alles wordt beïnvloed door de komst van de nieuwe media. Zo ook de politiek. Sinds politici de weg naar het internet gevonden hebben, is er heel wat veranderd op vlak van verkiezingscampagnevoering. Digitale democratie is de naam die gegeven wordt aan het gebruik van de nieuwe media om de politieke participatie te verhogen in de samenleving. Zoals reeds aangehaald in mijn eerste blog post is participatie door het volk een voorwaarde voor een goed werkende democratie. Daarom is het hebben van een publiek platform waar mensen samen kunnen komen, discussiëren en debatteren over problemen een noodzakelijkheid in de democratie. Door de sociale media als platform te benaderen waar mensen kunnen discussiëren en debatteren, wordt er gestreefd naar een hogere participatie. Sociale media worden in twee richtingen gebruikt. Vooreerst voeren politieke partijen campagne via dit medium, dit wordt ook wel E-campagne genoemd. Maar ook potentiële kiezers kunnen hun mening ‘ongefilterd’ overbrengen, hieraan wordt de term E-participatie gegeven.

N-VA gaf tijdens de verkiezingen in 2014, 300.000 euro uit voor zijn online campagne. Daarenboven werd de Vlaamse bevolking op 24 mei, één dag voor de verkiezingen, via sociale mediasites overrompeld door het project Thunderclap. Ruim 500 mensen hebben toestemming gegeven om via hun sociaal mediaprofiel in naam van Thunderclap berichten de wijde wereld in te sturen. Maar niet alleen N-VA heeft de macht van internet ontdekt, ook Groen zette zijn deur open voor online projecten. Met het project ‘Wakkere Dagen’ wou Groen de kloof tussen burger en politiek dichten en dit om 24 uur op 24 beschikbaar te zijn door vragen van kiezers.

politieke partijen twitter 2014 05 18  tweets2

Niet alleen ten tijde van verkiezingen begrijpen politieke partijen het nut van sociale media en internet. Het idee van transparantie en vrijheid van informatie wordt namelijk gezien als essentieel voor democratische participatie. Sociale media blijken nu net het ideale middel te zijn dat deze transparantie en openheid in de armen sluit. Niet in het minst omdat bewezen is dat het moeilijker is om censuur op sociale media toe te passen dan op het traditionele internet.

Ook in de rest van de wereld wordt er vaak door politici gecommuniceerd met behulp van de nieuwe media, zoals Facebook, Twitter en blogs. De campagne van president Obama in 2008 wordt vaak aangehaald als de eerste ‘digitale’ verkiezingscampagne die een duidelijk effect heeft gehad op de verkiezingsresultaten. In dit verband spreekt men dan ook soms van de hergeboorte van de participatieve democratie. Verscheidene media werden ingezet zoals o.m. YouTube als middel voor het verspreiden van politieke boodschappen. Ook werd er gebruik gemaakt van sociale netwerksites om zo een uitgebreide database te kunnen opstarten en online opiniepeilingen te verrichten. De werving van vrijwilligers gebeurde actief via My.BarackObama.com.

6a00d83451d54269e2014e6002a1d5970c-800wi

Maar hebben deze sociale media ook een invloed op de verkiezingsuitslag? Onderzoek hiernaar is schaars. Een Duitse studie van Tumasjan, Sprenger, Sandner en Welpe onderzocht of men aan de hand van tweets op Twitter de verkiezingen zou kunnen voorspellen. Aangetoond werd dat Twitter inderdaad een platform is voor politieke deliberatie. Twitter is niet enkel een plaats waar meningen en visies worden gedeeld, mensen gaan ook in discussie met elkaar. Men kan dus wel degelijk stellen dat politieke participatie op Twitter kan plaatsvinden. Tevens bleek uit dit onderzoek dat in het algemeen het aantal tweets de verkiezingsuitslag reflecteert.

Ik vind het niet gemakkelijk om over dit onderwerp een uitgesproken mening te vormen. Ik gebruik sociale netwerksites en zie de laatste jaren steeds meer en meer van mijn vrienden openlijk uitkomen voor hun mening. Ik stel vast dat zij op Facebook vaak met elkaar in discussie gaan. Of ik hier voorstander van ben? Meestal wel ja, het maakt van Facebook niet enkel een amusementenplatform maar ook een informatieplatform waar er debatten kunnen plaatsvinden. Wel zie ik soms dat de discussies niet echt als doel hebben om informerend te zijn, maar vooral om gelijk te halen. Politiek is nu eenmaal een moeilijk onderwerp wat soms uit de hand kan lopen. Respect moet ten allen tijden aanwezig zijn.


Bronnen

Mäkinen, M., & Kuira, M. W. (2008). Social media and post-election crisis in Kenya. The International Journal of Press/Politics, 13, 328−335.

Tumasjan, A., Sprenger, T., Sandner, P. & Welpe, I. (n.d.). Predicting Elections with Twitter: What 140 Characters Reveal about Political Sentiment

Centre for European Studies, (n.d.). Social media – The New Power of Political Influence

http://datanews.knack.be/ict/nieuws/n-va-lanceert-ongeziene-internetcampagne/article-normal-295331.html

http://datanews.knack.be/ict/nieuws/n-va-gooit-op-24-mei-een-bom-op-sociale-media/article-normal-296755.html

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/VK14-formatie/1.1974518

Afbeeldingen

http://www.ornet.nl/OR-organisatie/Achtergrond/2011/5/Meningen-verdeeld-over-digitale-OR-verkiezingen-ORNET004119W/

http://bvlg.blogspot.be/2014/05/politieke-partijen-en-twitter.html

http://blogs.tijd.be/tzine/2011/03/twitter-blaast-vijf-kaarsjes-uit.html

Twitter: vrijheid, hoop en onbeperkte mogelijkheden

Opeens waren de gebeurtenissen in Noord-Afrika, geen ver-van-mijn-bed-show meer. Ik opende mijn Facebook pagina of Twitter account en een massa aan filmpjes en getuigenissen overspoelden mij. In Egypte verschenen er in ongeveer drie maanden tijd 15000 tweets over de Arabische revolutie. Een nieuwe vorm van communicatie en overtuigingsmiddel om mensen op de been te krijgen, was een feit.

turkije-revolutie-zal-getwe

Hermida toont aan dat Twitter niet alleen een communicatiemiddel is, maar ook een medium om nieuws te verspreiden en informatie te delen. Vele Vlaamse, nationale en internationale nieuwszenders hebben dan ook een Twitter account om via dit kanaal hun volgers op de hoogte te houden van het nieuws. Met andere woorden, zij doen aan microbloggen: dit is een nieuwe media-technologie die het mogelijk maakt om het vermogen tot communiceren uit te breiden en ook informatie te delen. Gebruikers delen in slechts een aantal woorden informatie met volgers die ze van websites of andere bronnen halen. In het geval van Twitter delen mensen hun gedachten of verspreiden ze informatie in 140 tekens.

Maar we vergeten enkele belangrijke functies van Twitter. Hoe omschrijven we anders de duizenden Tweets omtrent de Ice Bucket Challenge of de Tweets tijdens de Arabische lente, en herinnert u zich deze nog: #BringBackOurGirls? Digitaal activisme is dan ook een toenemend kenmerk van Twitter.  Maar volgens mij is één van de meest interessante kenmerken van Twitter dat deze vorm van sociale media meer en meer gebruikt wordt als nieuwsbron door journalisten. Tijdens conflicten of oorlogen, geraken veel buitenlandse journalisten namelijk niet altijd op plaatsen waar het nieuws zich bevindt. Getuigen en lokale bevolking die deze informatie delen op sociale media, als Twitter, vormen dan een welgekomen nieuwsbron voor vele journalisten.

michelle-obama-bring-back-our-girls.jpg.pagespeed.ic_.58C1CJ5bQA

De Woorden van Paul Farhi, een verslaggever van de Washington Post, geven nog een extra reden waarom Twitter zo populair is: 

“Twitter works best in situations where the story is changing so fast that the mainstream media can’t assembly all the facts at once”.
– Paul Farhi

Net als Wikipedia, is Twitter dus een online informatiebron. In mijn vorige blogpost over Wikipedia nam mijn sceptische visie de bovenhand.  Ik blijf erbij dat men steeds voorzichtig dient om te gaan met informatie die op het internet staat. Maar er is wel één groot verschil tussen Twitter en Wikipedia. Bij Twitter zie je direct wie de woorden de digitale omgeving instuurt, wat volgens mij dus wel een maatstaf van betrouwbaarheid kan zijn. Toch bestaat er onder veel journalisten twijfel over Twitter als nieuwsbron. “A toy for bored celebrities and high-school girls” zoals journaliste Maureen Dowd het stelt (The New York Times).  Doorgaans zijn er twee mogelijke visies. Veel journalisten stellen deze nieuwe vorm van sociale media vaak tegenover de klassieke media, waardoor Twitter dus in een negatief daglicht komt te staan. Maar Bailey haalt een tweede – en volgens mij geschiktere – invalshoek aan. Getuigen, slachtoffers, locals, militairen, … kunnen allemaal hun eigen authentieke visie delen op Twitter. Deze subjectieve toevoegingen aan het nieuws kunnen een andere invalshoek geven en als aanvulling op de mainstream nieuwsbronnen functioneren. Kortom, we moeten Twitter niet zien als een concurrent maar wel als een nieuwe vriend van klassieke media.

Sky News sluit zich duidelijk aan bij de visie van Bailey en speelt dan ook goed in op deze sociale media, door een Twitter correspondent. Deze correspondent houdt de nieuwe Tweets dagelijks in de gaten. De reden hiervoor?

“The Twitter phenomenon continues to explode. A phone with an eyewitness in Lahore yesterday came to us through Twitter. Last night’s breaking story on the death of a Briton in the Alps came to us from Twitter. The first phone on the Buffalo plane crash came from Twitter. The first photo of the Hudson River rescue came from Twitter. Convinced?
– Sky News

Maar hoe zit het in ons Vlaams medialandschap? Uit onderzoek blijkt dat het meest gebruikte sociale medium bij journalisten van zowel VRT als VTM, Twitter is. Bij de verslaggeving van de Arabische lente werd aangehaald dat het niet alleen interessant is om een ‘live coverage’ te hebben, maar dat Twitter toelaat om contacten te leggen met getuigen. Zowel VRT als VTM halen de voordelen aan van Twitter. Je hebt namelijk niet altijd een correspondent ter plaatse, terwijl er wel meestal mensen in de buurt zullen zijn met een Smartphone of een internet toegang. Daarnaast treden ze Bailey’s visie ook bij dat het gebruik van Twitter ook een persoonlijke toets geeft aan het nieuws. Natuurlijk zijn er ook nadelen die gepaard gaan met het Twittergebruik. Zoals eerder aangehaald is de betrouwbaarheid soms ver zoek. Maar ook de kwaliteit van bijvoorbeeld filmmateriaal en partijdigheid geven aanleiding om voorzichtig met Twitter om te gaan.

Ik vind het alvast een fantastische ontdekking, niet zozeer voor mijn eigen gebruik, maar wel voor mensen op zoek naar vrijheid. Twitter heeft mee het belang van de Arabische revolutie bepaald. Het heeft een stem gegeven aan mensen die anders afgezonderd en ongehoord zouden blijven. In dat opzicht vind ik zeker en vast dat journalisten moeten open staan voor deze bron. Het is inderdaad geen alternatief voor de traditionele media. Hoe kan je nu een heel nieuwsbericht vertellen in 140 tekens? Maar het is wel een dankbare aanvulling voor deze klassieke media. Het icoon van Twitter, het vliegende blauwe vogeltje deelt mijn mening en verwoordt het als volgt:

“Whether soaring high above the earth to take in a broad view, or flocking with other birds to achieve a common purpose, a bird in flight is the ultimate representation of freedom, hope and limitless possibility.”
– Twitter

New Twitter Bird Logo picture


Bronnen

 El Amrani, I. (2011). What Kind of Transition for Egypt? Perspectives: Political Analysis and Commentary from the Middle East, 2, 145-153.

Bailey, O.G., Cammaerts, B. & Carpentier, N. (2008). Understanding Alternative Media. McGraw Hill Open University Press, Berkshire/England.

Hermida, A. (2010a). Twittering the News: the Emergence of Ambient Journalism. Journalism Practice, 4 (3), 297-308.

De Dobbelaer, R. (2012). Brongebruik bij de Vlaamse commerciële en openbare omroep omtrent de berichtgeving over de Arabische Lente van 2011: is de Arabische revolutie ook een sociale media revolutie?. Ongepubliceerde master thesis, Universiteit Antwerpen, België

http://www.adweek.com/adfreak/twitter-redesigns-its-bird-exceedingly-meaningful-new-logo-140959

http://newmediarockstars.com/2012/06/twitter-unveils-a-new-bird-and-what-its-supposed-to-mean/

http://www.theguardian.com/media/pda/2009/mar/05/twitter-socialnetworking1

 Afbeeldingen

 http://www.gopixpic.com/1024/new-twitter-bird-logo/http:%7C%7Cwww*freevector*com%7Csite_media%7Cpreview_images%7CFreeVector-New-Twitter-Bird-Logo*jpg/

http://www.whydev.org/bringbackourgirls-hashtag-activism-and-the-diaspora/

http://twittermania.nl/tag/arabische-lente/

Quickie of wiki?

‘‘Hello world. Humor me. Go there and add a little article. It will take all of five or ten minutes’’

Met deze woorden zag in 2001 de website Wikipedia het daglicht. Vandaag, in 2014 is deze website de zesde meest bezochte website ter wereld. Al in 2005 werd het succes van deze website bewezen door onderzoek van Gilles. Uit zijn onderzoek bleek namelijk dat ‘the Encyclopedia Brittanica’, de oudste en prestigieuze Engelstalige encyclopedie, en Wikipedia ongeveer hetzelfde aantal fouten publiceerden. Goed nieuws dus voor Wikipedia. In ruimere context wordt er gesproken van ‘the wisdom of crowds’ wat bewijst dat een gezamenlijke inspanning van een groot aantal personen kan leiden tot betere resultaten dan de individuele inspanning van één persoon. Wikipedia is dus een voorbeeld van ‘the wisdom of crowds’.

 In 2006 erkende ook Time magazine dat de ‘gewone mens’ steeds belangrijker wordt voor het medialandschap. The man of the year, was dat jaar dan ook niet één specifiek persoon, maar werd omschreven als ‘you’.

https://i0.wp.com/www.postkiwi.com/images/2006/12/time-cover-2006.jpg 

“In 2006, the World Wide Web became a tool for bringing together the small contributions of millions of people and making them matter”
 – Time magazine

Wikipedia is dus net zoals Youtube, Myspace, Twitter,… één van die websites die bestaat uit kleine bijdragen van miljoenen mensen. Dit noemt men ook wel user-generated content, de inhoud wordt namelijk gemaakt door de gebruikers van dat medium. Zelf gebruik ik Wikipedia bijna dagelijks. Ik zoek iets op google en – meestal – is de eerst gevonden link die van Wikipedia. Hoewel ik het een zeer nuttige en educatieve site vind, heb ik nog zelf nooit iets bijgedragen. Ik ken ook binnen mijn directe vriendengroep, waaronder veel journalisten in spe, niemand die ooit vrijwilliger voor Wikipedia was. Wie zijn die mensen dan wel en waarom doen ze het?  Oded Nov geeft met zijn onderzoeksenquête een antwoord op mijn vraag. In eerste instantie dragen mensen hun steentje bij op Wikipedia omdat zij dit aangenaam vinden, daarnaast is de ideologische overtuiging ook een belangrijk argument. Informatie moet namelijk vrij zijn volgens Wikipedia-bijdragers. Voorts staan waarden ook hoog in het vaandel, mensen werken mee de Wikipedia website op te bouwen om anderen te helpen aan informatie te komen. Ook het begrijpen van nieuwe ideeën, het verbeteren van jezelf, het minder alleen voelen, het leggen van nieuwe contacten en op aanraden van vrienden of familie, zijn beweegredenen om als vrijwilliger bij te dragen aan de Wikipedia website.

User-generated content  wordt door sommigen  dan ook gezien als een aanwinst in het internetlandschap en wat sociale mediasites als Facebook, Twitter en Myspace betreft ben ik het daar ook mee eens. Wikipedia is volgens mij echter een ander verhaal. Als student weet ik hoeveel Wikipedia geraadpleegd wordt door mezelf en mijn medestudenten. Het is echter geen wetenschappelijke bron dus refereren naar Wikipedia is niet toegelaten in onze academische opleiding. Toch gebruiken we Wikipedia veel voor achtergrondinformatie.  Maar is die informatie wel betrouwbaar? Als iedereen op de hele wereld een bijdrage kan leveren, welke garantie van waarheid hebben we dan? Deze sceptische gedachte komt niet alleen bij mij op, maar ook bij veel academici. De proef werd op de som genomen door een zeker Halavais, assistent-professor die zich tot doel had gesteld  te weten te komen of Wikipedia betrouwbaar is. Met een pseudoniem en valse identiteit zette hij opzettelijk dertien fouten op verscheidene Wikipedia pagina’s. In minder dan drie uur waren alle fouten van de pagina’s gehaald en werd meneer Halavais verzocht om zich te onthouden “from writing nonsense articles and falsifying information”. Zelfs de co-oprichter van Wikipedia, Larry Sanger, distantieerde zich van zijn eigen project, door gebrek aan publieke perceptie van geloofwaardigheid. Natuurlijk zijn er ook voorstanders van Wikipedia die menen dat het steeds herwerken van teksten, het toevoegen van informatie, het verstrekken van verduidelijking van argumenten en het aanscherpen van proza de artikelen ten goede komen.

 

“The problem with an online encyclopedia created by anybody is that you have no idea whether you are reading an established person in the field or someone with an ax to grind,”
 – Mr. Gorman
Dean of library services at California State University at Fresno 

Hoewel het experiment van Halavais bewijst dat fouten wel degelijk van de website worden gehaald, ben ik toch van mening dat hier kritisch mee moet worden omgegaan. Een site als Wikipedia heeft alleen al voor zijn Nederlandstalige pagina’s 217.329 (cijfers september 2014) bezoekers per uur. Voor de Engelstalige webpagina’s van Wikipedia zijn dit meer dan 8 miljoen bezoekers per uur. Op drie uur tijd kan er dus al aan heel wat mensen verkeerde informatie worden gegeven.

 Men kan niet zeggen dat de eigenaars van Wikipedia niet geprobeerd hebben om een wetenschappelijkere versie van deze site te maken. Voor de komst van Wikipedia was er Nupedia. Elk artikel op deze site was peer-reviewed met als gevolg dat er binnen de 3 jaar maar 24 artikels online stonden. Een te intensief en tijdrovend werk dus. Daarnaast bestond ook  het risico dat een peer-reviewed website artikels zou negeren die ingaan tegen de huidige maatschappelijke gedachtegang, geen plek voor innovatieve ideeën dus. Nupedia werd dan ook opgedoekt en Wikipedia werd opgestart.

Hoewel deze blog heel wat kritiek op Wikipedia inhoudt, kan men ook niet naast de steeds stijgende populariteit van Wikipedia kijken. Ik ben dus zeker niet van mening dat Wikipedia geen goede bron voor informatie is. Wel vind ik dat er voorzichtig met deze informatie moet worden omgegaan worden als men deze benut voor professionele doeleinden. Ik volg hierbij ook het standpunt van vele professoren die stellen dat geleerden juist geen afstand moeten doen van deze website, maar net ook bijdragen moeten insturen om zo de kwaliteit van Wikipedia op peil te houden. In de woorden van de journalist Brock Read: “If you can’t beat the Wikipedians, join ‘em”.


Bronnen

Gilles, J. (2005). Internet encyclopaedias go head to head. Nature, 438(7070), 900—901.

Kaplan, A. M., & Haenlein, M. (2014). Collaborative projects (social media application): About Wikipedia, the free encyclopedia. Business Horizons, 57, 617—626

Ettema, J & Lindsay, F. (2014). Ways of Worldmaking in Wikipedia: reality, legitimacy and collabarative knowledge making. Media, Culture & Society, 36(2), 183-199

Read, B. (2006). Can Wikipedia Ever Make the Grade?. Chronicle of Higher Education.

http://stats.wikimedia.org/NL/Sitemap.htm

http://content.time.com/time/magazine/article/0,9171,1570810,00.html

Afbeeldingen

http://www.chalquist.com/nowikipedia.html

Sociale media, een panopticum

Het is niet echt origineel om een blog die over media gaat, te beginnen met de uitspraak: “Media zijn machtig”. Het is echter geen gebrek aan creativiteit, maar de ongenuanceerdheid van deze uitspraak, die er mij toe brengt het toch te doen. Curran en Couldry ontlenen in hun boek ‘Contesting Media Power: Alternative Media in a Networked World’ namelijk twee betekenissen aan deze uitspraak. Belangrijke maatschappelijke deelnemers, zoals politici, de overheid, ngo’s, multinationals … gebruiken de media als een intermediaire bron om zo hun ideeëngoed te verspreiden. Media zouden dus zelf geen macht hebben, maar enkel een spreekbuis van deze deelnemers zijn. Maar wat media dan wel machtig zou maken, is de manier waarop zij deze gedachtegangen en ideeën overbrengen naar het publiek. Inderdaad, volgens mij zijn de media één van de machtigste onderdelen van de maatschappij, net omdat we die macht vaak niet met het blote oog kunnen waarnemen. Simpel gezegd: de overheid proclameert macht, terwijl de media dit niet doen  maar het wel hebben en in onze samenleving werkzaam zijn als één van de meest socialiserende apparaten.


Maar wat gebeurt er wanneer in onze wereld niet alleen de vertrouwde mediakanalen, maar elke persoon de kans krijgt om iets de wijde wereld in te sturen? Dankzij de komst van het internet leven we nu in zo’n tijdperk. Ik zeg hier wel ‘dankzij de komst van het internet…’, maar ik ben niet zo zeker dat iedereen even blij is met deze ontwikkeling. Toch niet als het op sociale media aankomt. Privacy en sociale media blijken namelijk niet altijd de beste vrienden te zijn.


 Katz, Rice en Gandy spreken in deze context over het internet als een panopticum. Een panopticum is een gebouw dat bestaat uit een toren met daarrond ringen van cellen om zo groepen te controleren, bewaken, disciplineren en bestuderen. Een passende vergelijking volgens mij. Big Brother is niet veraf.

We horen het vaker en vaker, bepaalde apps op Facebook zenden persoonlijke informatie door naar adverteerders en ook onze privé berichten zouden gescreend en doorgestuurd worden naar adverteerders. Ook al denk je dat jouw profiel beschermd is door privacy instellingen, blijkt dat het is niet zo te zijn.

Maar opgelet! We moeten niet enkel onheil zoeken in de grote eigenaars, investeerders of adverteerders van Facebook. Het ‘gevaar’ dreigt ook van dichterbij. Meer en meer worden er beelden van misdrijven spontaan op sociale media gezet. Deze beelden worden dan massaal gedeeld en lokken ontelbare reacties uit. Hierdoor ontstaat dus een hele media heisa. Zonder het gedrag van wetovertreders te willen goedkeuren, maar het op het internet plaatsen van deze beelden is volgens mij overbodig. Sociale media zijn geen plek om voor rechter of politie te spelen. Dit gaat veel verder dan louter sociale controle. Het is trouwens ook verboden om beelden op het internet te plaatsen waaruit de identiteit van de verdachte, die nog steeds het vermoeden van onschuld geniet, kan worden afgeleid.

Media hebben dus ook in deze tijd een vorm van macht. De kans is groot dat als we iets – stom, grappig, strafbaar, … – doen in bijzijn van anderen, het gefilmd wordt en online wordt geplaatst. Voor mensen die graag bekend willen worden, allemaal goed en wel. Maar we lopen het risico dat ons leven één grote Truman show wordt. We spelen misschien niet de rol van Big Brother, maar zijn we niet allemaal mini brothers die azen op een sensationeel momentje dat we kunnen delen met onze vrienden?

 


Bronnen

Couldry, N., & Curran, J. (2003). Contesting Media Power: Alternative Media in a Networked World

Oscar H. Gandy, 1993. The panoptic sort: A political economy of personal information. Boulder, Colo.: Westview Press.

James E. Katz and Ronald E. Rice, 2002. Social consequences of Internet use: Access, involvement, and interaction. Cambridge, Mass.: MIT Press.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140114_00928075

http://www.pcmweb.nl/nieuws/privacyschending-door-facebook-apps.html

http://datanews.knack.be/ict/nieuws/facebook-aangeklaagd-voor-privacyschending/article-normal-294897.html

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.1825100

http://nl.wikipedia.org/wiki/Panopticum_(architectuur)

Afbeelding

http://madspace.nl/privacy-cartoons/

Is papier nog verduldig?

Zo elk jaar rond de start van het academisch jaar, open ik de krant en stuit ik op dat artikel waarvan ik de inhoud eigenlijk al lang ken. Zorg-, ingenieurs- en economiediploma’s hebben de grootste jobzekerheid, terwijl sociale en politieke wetenschappen het moeilijkst liggen op de arbeidsmarkt. Daarnaast studeren ongeveer tweeduizend studenten journalistiek af per jaar, maar zijn er maar tweehonderd beroepsjournalisten in Vlaanderen.  Met mijn communicatiewetenschappelijke achtergrond en mijn masterstudie journalistiek, ben ik dus eigenlijk de pineut. Voor alle duidelijkheid, ik vraag om geen medelijden, want ik ben altijd al op de hoogte geweest van het twijfelachtige Vlaamse medialandschap wat carrièreuitbouw betreft. Ik volg gewoon liever mijn dromen dan mijn portemonnee.

We moeten er dus geen doekjes om winden, het gaat helemaal niet goed met de Vlaamse mediabedrijven. Mediahuis schrapte vorig jaar tweehonderdenvijf banen. Roularta boekt een nettoverlies van 6,7 miljoen, Sanoma verkoopt dan weer zijn Vlaamse magazines en ook de Persgroep ondergaat financiële hervormingen.

Een paar dagen geleden stootte ik dan ook op een illustratie die een toch wel een gewaagde voorspelling lanceerde: “In 2026 zal in België de papieren krant verdwijnen”. Maar Hans Deridder, managing editor bij De Persgroep en Caspar van Rhijn, directeur van digitale nieuwsmedia bij Mediahuis zijn het er over eens dat de papieren krant niet zal verdwijnen. Of dit soort medium nog nieuwe perspectieven kan krijgen, is een ander debat. Verdwijnen of niet, de papieren krant kent inderdaad jaarlijks een dalende oplage.

'Krant verdwijnt in België in 2026'

Om eerlijk te zijn, is dit onderwerp oude koek voor mij.  Het medialandschap in Vlaanderen is natuurlijk een belangrijk gegeven voor een studente zoals ik. Maar ik zie mezelf als meer dan een Vlaming of Belg. Als journaliste in spe – wat na mijn korte anekdote hierboven zeer beladen woorden zijn – ben ik van mening dat men verder moet kijken dan je eigen grenzen en gedreven moet zijn om andere culturen, werelddelen en mensen te leren kennen. Een consequente vraag is dan ook, hoe de papieren krant het in de rest van de wereld doet? Mijn ogen glijden over een ingebeelde wereldkaart en ik kom uit bij – hoe kan het ook anders – de Verenigde Staten. Ik verlaat namelijk binnen twee maanden Brussel en trek voor één semester naar the Midwest (Illinois, Verenigde Staten). Maar jawel, ook de Verenigde Staten ondergaan moeilijke tijden. De globale verspreiding van printmedia daalt daar jaarlijks met acht procent en mediatitels die een vergelijkbaar bereik hebben met de Vlaamse kranten, verdwijnen. My – temporate – move to the States is dan misschien toch niet zo’n goede professionele zet. Al is het enkel om ‘the American Dream’ belofte, het Amerikaans medialandschap is van een ander kaliber dan België.   Het grote Amerika heeft meer potentiële lezers en daarom ook meer inkomsten van advertenties. Daarnaast is Amerika gekend om zijn ondernemingszin, kapitaalinjecties in mediabedrijven gebeuren daar dus vaker dan in België.

 Vliegen we even door naar het Westen en komen we in Azië. Tegenwoordig het walhalla van de papieren krant… Wel, het is te verstaan dat van de honderd best verkochte kranten ter wereld, er vierenzeventig uit Azië komen, waarvan tweeënzestig uit China, Japan en India. Ook in Latijns-Amerika, Azië en het Midden Oosten stijgt de oplage.

 Het einde van de papieren krant? Ik heb geen idee. Moet ik mijn hoofd daar over breken? Met mijn academische achtergrond is mijn toekomst toch al niet zo rooskleurig. Of mensen nu een papieren krant of een digitale krant lezen, gaat dat de toekomst van journalistiek bepalen? Ik kijk er alvast naar huis om vrijdag terug thuis te komen en gezellig de papieren krant door te neuzen!


Bronnen

De Preter, Wim. (2014). Online journalistiek economisch bekeken [PowerPoint slides].

http://www.thelocal.se/20080602/12180

http://www.theguardian.com/media/greenslade/2014/jul/11/abcs-national-newspapers

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140217_00984227

http://www.knack.be/nieuws/belgie/is-een-diploma-de-gouden-weg-richting-journalistiek/article-normal-91001.html

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/media/1.1772220

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140509_020

Afbeeldingen

http://www.eucles-daily.com/index.php?action=process

http://www.standaard.be/cnt/dmf20101102_059