Quickie of wiki?

‘‘Hello world. Humor me. Go there and add a little article. It will take all of five or ten minutes’’

Met deze woorden zag in 2001 de website Wikipedia het daglicht. Vandaag, in 2014 is deze website de zesde meest bezochte website ter wereld. Al in 2005 werd het succes van deze website bewezen door onderzoek van Gilles. Uit zijn onderzoek bleek namelijk dat ‘the Encyclopedia Brittanica’, de oudste en prestigieuze Engelstalige encyclopedie, en Wikipedia ongeveer hetzelfde aantal fouten publiceerden. Goed nieuws dus voor Wikipedia. In ruimere context wordt er gesproken van ‘the wisdom of crowds’ wat bewijst dat een gezamenlijke inspanning van een groot aantal personen kan leiden tot betere resultaten dan de individuele inspanning van één persoon. Wikipedia is dus een voorbeeld van ‘the wisdom of crowds’.

 In 2006 erkende ook Time magazine dat de ‘gewone mens’ steeds belangrijker wordt voor het medialandschap. The man of the year, was dat jaar dan ook niet één specifiek persoon, maar werd omschreven als ‘you’.

https://i1.wp.com/www.postkiwi.com/images/2006/12/time-cover-2006.jpg 

“In 2006, the World Wide Web became a tool for bringing together the small contributions of millions of people and making them matter”
 – Time magazine

Wikipedia is dus net zoals Youtube, Myspace, Twitter,… één van die websites die bestaat uit kleine bijdragen van miljoenen mensen. Dit noemt men ook wel user-generated content, de inhoud wordt namelijk gemaakt door de gebruikers van dat medium. Zelf gebruik ik Wikipedia bijna dagelijks. Ik zoek iets op google en – meestal – is de eerst gevonden link die van Wikipedia. Hoewel ik het een zeer nuttige en educatieve site vind, heb ik nog zelf nooit iets bijgedragen. Ik ken ook binnen mijn directe vriendengroep, waaronder veel journalisten in spe, niemand die ooit vrijwilliger voor Wikipedia was. Wie zijn die mensen dan wel en waarom doen ze het?  Oded Nov geeft met zijn onderzoeksenquête een antwoord op mijn vraag. In eerste instantie dragen mensen hun steentje bij op Wikipedia omdat zij dit aangenaam vinden, daarnaast is de ideologische overtuiging ook een belangrijk argument. Informatie moet namelijk vrij zijn volgens Wikipedia-bijdragers. Voorts staan waarden ook hoog in het vaandel, mensen werken mee de Wikipedia website op te bouwen om anderen te helpen aan informatie te komen. Ook het begrijpen van nieuwe ideeën, het verbeteren van jezelf, het minder alleen voelen, het leggen van nieuwe contacten en op aanraden van vrienden of familie, zijn beweegredenen om als vrijwilliger bij te dragen aan de Wikipedia website.

User-generated content  wordt door sommigen  dan ook gezien als een aanwinst in het internetlandschap en wat sociale mediasites als Facebook, Twitter en Myspace betreft ben ik het daar ook mee eens. Wikipedia is volgens mij echter een ander verhaal. Als student weet ik hoeveel Wikipedia geraadpleegd wordt door mezelf en mijn medestudenten. Het is echter geen wetenschappelijke bron dus refereren naar Wikipedia is niet toegelaten in onze academische opleiding. Toch gebruiken we Wikipedia veel voor achtergrondinformatie.  Maar is die informatie wel betrouwbaar? Als iedereen op de hele wereld een bijdrage kan leveren, welke garantie van waarheid hebben we dan? Deze sceptische gedachte komt niet alleen bij mij op, maar ook bij veel academici. De proef werd op de som genomen door een zeker Halavais, assistent-professor die zich tot doel had gesteld  te weten te komen of Wikipedia betrouwbaar is. Met een pseudoniem en valse identiteit zette hij opzettelijk dertien fouten op verscheidene Wikipedia pagina’s. In minder dan drie uur waren alle fouten van de pagina’s gehaald en werd meneer Halavais verzocht om zich te onthouden “from writing nonsense articles and falsifying information”. Zelfs de co-oprichter van Wikipedia, Larry Sanger, distantieerde zich van zijn eigen project, door gebrek aan publieke perceptie van geloofwaardigheid. Natuurlijk zijn er ook voorstanders van Wikipedia die menen dat het steeds herwerken van teksten, het toevoegen van informatie, het verstrekken van verduidelijking van argumenten en het aanscherpen van proza de artikelen ten goede komen.

 

“The problem with an online encyclopedia created by anybody is that you have no idea whether you are reading an established person in the field or someone with an ax to grind,”
 – Mr. Gorman
Dean of library services at California State University at Fresno 

Hoewel het experiment van Halavais bewijst dat fouten wel degelijk van de website worden gehaald, ben ik toch van mening dat hier kritisch mee moet worden omgegaan. Een site als Wikipedia heeft alleen al voor zijn Nederlandstalige pagina’s 217.329 (cijfers september 2014) bezoekers per uur. Voor de Engelstalige webpagina’s van Wikipedia zijn dit meer dan 8 miljoen bezoekers per uur. Op drie uur tijd kan er dus al aan heel wat mensen verkeerde informatie worden gegeven.

 Men kan niet zeggen dat de eigenaars van Wikipedia niet geprobeerd hebben om een wetenschappelijkere versie van deze site te maken. Voor de komst van Wikipedia was er Nupedia. Elk artikel op deze site was peer-reviewed met als gevolg dat er binnen de 3 jaar maar 24 artikels online stonden. Een te intensief en tijdrovend werk dus. Daarnaast bestond ook  het risico dat een peer-reviewed website artikels zou negeren die ingaan tegen de huidige maatschappelijke gedachtegang, geen plek voor innovatieve ideeën dus. Nupedia werd dan ook opgedoekt en Wikipedia werd opgestart.

Hoewel deze blog heel wat kritiek op Wikipedia inhoudt, kan men ook niet naast de steeds stijgende populariteit van Wikipedia kijken. Ik ben dus zeker niet van mening dat Wikipedia geen goede bron voor informatie is. Wel vind ik dat er voorzichtig met deze informatie moet worden omgegaan worden als men deze benut voor professionele doeleinden. Ik volg hierbij ook het standpunt van vele professoren die stellen dat geleerden juist geen afstand moeten doen van deze website, maar net ook bijdragen moeten insturen om zo de kwaliteit van Wikipedia op peil te houden. In de woorden van de journalist Brock Read: “If you can’t beat the Wikipedians, join ‘em”.


Bronnen

Gilles, J. (2005). Internet encyclopaedias go head to head. Nature, 438(7070), 900—901.

Kaplan, A. M., & Haenlein, M. (2014). Collaborative projects (social media application): About Wikipedia, the free encyclopedia. Business Horizons, 57, 617—626

Ettema, J & Lindsay, F. (2014). Ways of Worldmaking in Wikipedia: reality, legitimacy and collabarative knowledge making. Media, Culture & Society, 36(2), 183-199

Read, B. (2006). Can Wikipedia Ever Make the Grade?. Chronicle of Higher Education.

http://stats.wikimedia.org/NL/Sitemap.htm

http://content.time.com/time/magazine/article/0,9171,1570810,00.html

Afbeeldingen

http://www.chalquist.com/nowikipedia.html

Sociale media, een panopticum

Het is niet echt origineel om een blog die over media gaat, te beginnen met de uitspraak: “Media zijn machtig”. Het is echter geen gebrek aan creativiteit, maar de ongenuanceerdheid van deze uitspraak, die er mij toe brengt het toch te doen. Curran en Couldry ontlenen in hun boek ‘Contesting Media Power: Alternative Media in a Networked World’ namelijk twee betekenissen aan deze uitspraak. Belangrijke maatschappelijke deelnemers, zoals politici, de overheid, ngo’s, multinationals … gebruiken de media als een intermediaire bron om zo hun ideeëngoed te verspreiden. Media zouden dus zelf geen macht hebben, maar enkel een spreekbuis van deze deelnemers zijn. Maar wat media dan wel machtig zou maken, is de manier waarop zij deze gedachtegangen en ideeën overbrengen naar het publiek. Inderdaad, volgens mij zijn de media één van de machtigste onderdelen van de maatschappij, net omdat we die macht vaak niet met het blote oog kunnen waarnemen. Simpel gezegd: de overheid proclameert macht, terwijl de media dit niet doen  maar het wel hebben en in onze samenleving werkzaam zijn als één van de meest socialiserende apparaten.


Maar wat gebeurt er wanneer in onze wereld niet alleen de vertrouwde mediakanalen, maar elke persoon de kans krijgt om iets de wijde wereld in te sturen? Dankzij de komst van het internet leven we nu in zo’n tijdperk. Ik zeg hier wel ‘dankzij de komst van het internet…’, maar ik ben niet zo zeker dat iedereen even blij is met deze ontwikkeling. Toch niet als het op sociale media aankomt. Privacy en sociale media blijken namelijk niet altijd de beste vrienden te zijn.


 Katz, Rice en Gandy spreken in deze context over het internet als een panopticum. Een panopticum is een gebouw dat bestaat uit een toren met daarrond ringen van cellen om zo groepen te controleren, bewaken, disciplineren en bestuderen. Een passende vergelijking volgens mij. Big Brother is niet veraf.

We horen het vaker en vaker, bepaalde apps op Facebook zenden persoonlijke informatie door naar adverteerders en ook onze privé berichten zouden gescreend en doorgestuurd worden naar adverteerders. Ook al denk je dat jouw profiel beschermd is door privacy instellingen, blijkt dat het is niet zo te zijn.

Maar opgelet! We moeten niet enkel onheil zoeken in de grote eigenaars, investeerders of adverteerders van Facebook. Het ‘gevaar’ dreigt ook van dichterbij. Meer en meer worden er beelden van misdrijven spontaan op sociale media gezet. Deze beelden worden dan massaal gedeeld en lokken ontelbare reacties uit. Hierdoor ontstaat dus een hele media heisa. Zonder het gedrag van wetovertreders te willen goedkeuren, maar het op het internet plaatsen van deze beelden is volgens mij overbodig. Sociale media zijn geen plek om voor rechter of politie te spelen. Dit gaat veel verder dan louter sociale controle. Het is trouwens ook verboden om beelden op het internet te plaatsen waaruit de identiteit van de verdachte, die nog steeds het vermoeden van onschuld geniet, kan worden afgeleid.

Media hebben dus ook in deze tijd een vorm van macht. De kans is groot dat als we iets – stom, grappig, strafbaar, … – doen in bijzijn van anderen, het gefilmd wordt en online wordt geplaatst. Voor mensen die graag bekend willen worden, allemaal goed en wel. Maar we lopen het risico dat ons leven één grote Truman show wordt. We spelen misschien niet de rol van Big Brother, maar zijn we niet allemaal mini brothers die azen op een sensationeel momentje dat we kunnen delen met onze vrienden?

 


Bronnen

Couldry, N., & Curran, J. (2003). Contesting Media Power: Alternative Media in a Networked World

Oscar H. Gandy, 1993. The panoptic sort: A political economy of personal information. Boulder, Colo.: Westview Press.

James E. Katz and Ronald E. Rice, 2002. Social consequences of Internet use: Access, involvement, and interaction. Cambridge, Mass.: MIT Press.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140114_00928075

http://www.pcmweb.nl/nieuws/privacyschending-door-facebook-apps.html

http://datanews.knack.be/ict/nieuws/facebook-aangeklaagd-voor-privacyschending/article-normal-294897.html

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.1825100

http://nl.wikipedia.org/wiki/Panopticum_(architectuur)

Afbeelding

http://madspace.nl/privacy-cartoons/

Is papier nog verduldig?

Zo elk jaar rond de start van het academisch jaar, open ik de krant en stuit ik op dat artikel waarvan ik de inhoud eigenlijk al lang ken. Zorg-, ingenieurs- en economiediploma’s hebben de grootste jobzekerheid, terwijl sociale en politieke wetenschappen het moeilijkst liggen op de arbeidsmarkt. Daarnaast studeren ongeveer tweeduizend studenten journalistiek af per jaar, maar zijn er maar tweehonderd beroepsjournalisten in Vlaanderen.  Met mijn communicatiewetenschappelijke achtergrond en mijn masterstudie journalistiek, ben ik dus eigenlijk de pineut. Voor alle duidelijkheid, ik vraag om geen medelijden, want ik ben altijd al op de hoogte geweest van het twijfelachtige Vlaamse medialandschap wat carrièreuitbouw betreft. Ik volg gewoon liever mijn dromen dan mijn portemonnee.

We moeten er dus geen doekjes om winden, het gaat helemaal niet goed met de Vlaamse mediabedrijven. Mediahuis schrapte vorig jaar tweehonderdenvijf banen. Roularta boekt een nettoverlies van 6,7 miljoen, Sanoma verkoopt dan weer zijn Vlaamse magazines en ook de Persgroep ondergaat financiële hervormingen.

Een paar dagen geleden stootte ik dan ook op een illustratie die een toch wel een gewaagde voorspelling lanceerde: “In 2026 zal in België de papieren krant verdwijnen”. Maar Hans Deridder, managing editor bij De Persgroep en Caspar van Rhijn, directeur van digitale nieuwsmedia bij Mediahuis zijn het er over eens dat de papieren krant niet zal verdwijnen. Of dit soort medium nog nieuwe perspectieven kan krijgen, is een ander debat. Verdwijnen of niet, de papieren krant kent inderdaad jaarlijks een dalende oplage.

'Krant verdwijnt in België in 2026'

Om eerlijk te zijn, is dit onderwerp oude koek voor mij.  Het medialandschap in Vlaanderen is natuurlijk een belangrijk gegeven voor een studente zoals ik. Maar ik zie mezelf als meer dan een Vlaming of Belg. Als journaliste in spe – wat na mijn korte anekdote hierboven zeer beladen woorden zijn – ben ik van mening dat men verder moet kijken dan je eigen grenzen en gedreven moet zijn om andere culturen, werelddelen en mensen te leren kennen. Een consequente vraag is dan ook, hoe de papieren krant het in de rest van de wereld doet? Mijn ogen glijden over een ingebeelde wereldkaart en ik kom uit bij – hoe kan het ook anders – de Verenigde Staten. Ik verlaat namelijk binnen twee maanden Brussel en trek voor één semester naar the Midwest (Illinois, Verenigde Staten). Maar jawel, ook de Verenigde Staten ondergaan moeilijke tijden. De globale verspreiding van printmedia daalt daar jaarlijks met acht procent en mediatitels die een vergelijkbaar bereik hebben met de Vlaamse kranten, verdwijnen. My – temporate – move to the States is dan misschien toch niet zo’n goede professionele zet. Al is het enkel om ‘the American Dream’ belofte, het Amerikaans medialandschap is van een ander kaliber dan België.   Het grote Amerika heeft meer potentiële lezers en daarom ook meer inkomsten van advertenties. Daarnaast is Amerika gekend om zijn ondernemingszin, kapitaalinjecties in mediabedrijven gebeuren daar dus vaker dan in België.

 Vliegen we even door naar het Westen en komen we in Azië. Tegenwoordig het walhalla van de papieren krant… Wel, het is te verstaan dat van de honderd best verkochte kranten ter wereld, er vierenzeventig uit Azië komen, waarvan tweeënzestig uit China, Japan en India. Ook in Latijns-Amerika, Azië en het Midden Oosten stijgt de oplage.

 Het einde van de papieren krant? Ik heb geen idee. Moet ik mijn hoofd daar over breken? Met mijn academische achtergrond is mijn toekomst toch al niet zo rooskleurig. Of mensen nu een papieren krant of een digitale krant lezen, gaat dat de toekomst van journalistiek bepalen? Ik kijk er alvast naar huis om vrijdag terug thuis te komen en gezellig de papieren krant door te neuzen!


Bronnen

De Preter, Wim. (2014). Online journalistiek economisch bekeken [PowerPoint slides].

http://www.thelocal.se/20080602/12180

http://www.theguardian.com/media/greenslade/2014/jul/11/abcs-national-newspapers

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140217_00984227

http://www.knack.be/nieuws/belgie/is-een-diploma-de-gouden-weg-richting-journalistiek/article-normal-91001.html

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/media/1.1772220

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140509_020

Afbeeldingen

http://www.eucles-daily.com/index.php?action=process

http://www.standaard.be/cnt/dmf20101102_059

Sluit uw browser en open uw ogen!

12 april 2006 zal voor altijd in mijn geheugen gegrift staan. Het nieuws liep in de namiddag binnen dat er een jongen in het station Brussel-Centraal was neergestoken, en dit op klaarlichte dag. Maar het meest verontwaardigdste nieuws liep iets later binnen. De reden van zijn dood was een MP3-speler. Joe Van Holsbeeck heeft zijn leven verloren omdat hij inging tegen de dief die zijn MP3-speler probeerde te stelen. Woede en ongeloof was het overheersende gevoel bij het de Belgische bevolking. Jammer genoeg zijn er nog vergelijkbare misdaden gepleegd. In Amerika werd een achtentwintig jarige man van zijn PlayStation 4 beroofd. Toen hij tegenwerkte, werd hij doodgeschoten. Een vrouw werd tijdens een overal van haar iPhone beroofd. Daarbij werd ze van de trap geduwd en stierf ze aan haar verwondingen.

Deze gebeurtenissen laten bij mij – en ik ben zeker bij een heleboel andere mensen – een gevoel van onmacht en ongeloof achter. Hoe kan iemand zo graag een elektronisch voorwerp willen hebben, dat hij of zij daarvoor iemand van zijn leven ontneemt? Vijf dodelijke messteken voor een MP3-speler. Waarom?

Een contrastbeeld als men kijkt naar de vreugdevolle beelden die steeds worden uitgezonden omtrent de nieuwe lancering van een iPhone. Enkele maanden geleden was het weer zover. De iPhone 6 zag het daglicht. Miljoenen mensen leefden naar dat ene moment toe, het moment waarop ze hun nieuwe beste vriend in de handen kunnen nemen. Duizenden mensen staan dagen te wachten in ellelange rijen om toch maar een van de eerste te zijn om een iPhone te bezitten. Immense vreugde dan ook als ze er eindelijk één bemachtigd hebben.

470_iphone1110

Al deze gebeurtenissen schetsen de komst van nieuwe media in onze samenleving. Één ding is zeker: deze apparaten maken een groot deel uit van ons dagdagelijkse leven. Maar wat zou jij verkiezen: op reis gaan of een nieuwe iPhone hebben? Makkelijke keuze? Of niet?

Hoewel ikzelf een iPhone bezit, hem elke dag tot het uiterste gebruik en hier zeer tevreden mee ben, zou ik toch kiezen voor een reis. Onderzoek spreekt mijn beslissing niet tegen. Mensen worden namelijk gelukkiger van ervaringen dan van bezit. We krijgen een gevoel van verbondenheid door deze ervaringen en sociaal contact. Ook worden we gelukkiger als we ergens naar kunnen uitkijken. Denk even aan je volgende geplande reis of concert, ik ben bijna zeker dat er nu een lach op je gezicht tevoorschijn komt. Denk dan nu even aan de volgende keer dat je jouw iPhone of Smartphone vastneemt. Een ander gevoel?

Toen ik een maand ging rondtrekken in Cuba kwam voor mij de ultieme test. Cuba heeft namelijk een zeer beperkte toegang tot het internet, en als arme backpacker was het voor mij en mijn beste vriendin amper mogelijk om het internet te gebruiken. Beiden in het bezit van een iPhone dachten we reeds op voorhand, hoe zou het zijn? Een maand zonder connectie met het internet. Wel, we hebben het internet voor geen seconde gemist! Het prachtige landschap en de vele gesprekken met de lokale bevolking namen snel de overhand en het deed zelfs deugd om even niet bezig te moeten zijn met foto’s te uploaden, berichtjes te sturen of Twitter berichten te schrijven. Het contrast was eens zo groot toen we terug in Brussel aankwamen en een overvloed aan berichten binnenstroomden. Voor een maand was het aangenaam om in direct contact te staan met het vatbare van het leven, eerder dan met een banaal apparaat dat niets meer dan een stroom van ongelimiteerde informatie aan je geeft. Voor mij heeft deze reis zeker en vast mijn Iphonegebruik in perspectief gezet. Is het echt nodig om elke dag, elk uur en elke minuut aan de hand van één apparaat, toegang te hebben tot de hele wereld?

Maar toch geven mensen graag geld uit aan die steeds kleiner – of in het geval van de iPhone, steeds groter – wordende machientjes. Ik denk hierbij aan computers, Iphones, de iWatch of iSwatch, Ipads,… Neuroloog Manfred Spitzer probeert de wereld te waarschuwen voor het gebruik van digitale media. Langdurig gebruik kan namelijk de hersens verschrompelen waardoor er kans is op digitale dementie. Daarnaast haalt hij het gevaar aan bij kinderen, die volgens onderzoek dommer zouden worden door het gebruik van internet. Deze kinderen zouden deel uitmaken van een knip-en plakcultuur, waar ze niet meer nadenken als ze iets van het internet nemen. Hierdoor werken hun hersenen niet meer en zal de internetgeneratie dommer zijn dan vorige niet-internetgeneraties. Woorden zoals ‘het verschrompelen van je hersenen’, ‘digitale dementie’ en ‘domme kinderen’, veroorzaken bij mezelf wel een heel negatief beeld van digitale media. Ik zou willen uitschreeuwen: “Mama’s en papa’s hou jullie kinderen weg van al die schermen!”. Natuurlijk heeft elk apparaat voor-en nadelen, maar als het op kinderen aankomt, vind ik dat we heel voorzichtig moeten zijn. Als bezorgde tante zal ik dan straks ook eens aan mijn broer zijn oren trekken en hem het boek van Spitzer zeker aanraden. Better safe than sorry, toch?


 Bronnen

Spitzer, M. (2013). Digitale Dementie: Hoe wij ons verstand kapotmaken.

http://www.ajc.com/news/news/police-16-year-old-girl-with-baby-nearby-killed-ma/nhM26/

http://moneytalk.knack.be/geld-en-beurs/sparen/waarom-je-beter-geld-geeft-aan-een-dure-reis-dan-aan-een-dure-iphone/article-normal-506919.html

http://www.huffingtonpost.com/2011/08/10/teen-charged-with-murder-_n_923397.html

http://www.gelderlander.nl/algemeen/binnenland/wetenschapper-dommer-door-digitale-media-1.3878100?ls=pl

Afbeelding

http://pixgood.com/happy-people-with-iphones.html

Anticlimax van de journalistiek

The_End_of_Journalism

Objectiveit, neutraliteit, onpartijdigheid, onafhankelijkheid, onbevangenheid, vrijheid, zelfstandigheid,… Wat roepen deze woorden bij U op? Ik kan niet meer opsommen hoeveel keer ik deze woorden gedurende mijn opleiding journalistiek al heb gehoord. Ik word er bijna angstig van als ik bedenk hoe één persoon aan al deze eisen zou moeten voldoen. “Hoe in godsnaam is het mogelijk?” stelde ik me meermaals de vraag.  Om van een anticlimax te spreken; het is niet mogelijk. Nieuws, verhalen, liedjes, gedichten, … alles wordt gemaakt in een samenleving waar miljarden andere factoren spelen. We leven niet in een vacuüm waar we onpartijdig en onbeïnvloed te werk kunnen gaan. Journalisten dus ook niet. Nieuws en verhalen komen net tot stand in het licht van die samenleving. In de code van de journalistiek wordt zelfs geen gebruik gemaakt van woorden zoals objectiviteit, neutraliteit en onpartijdigheid. Wel houdt de taak van de journalist er in om ‘waarheidsgetrouw te berichten’. Maar is dit in onze samenleving mogelijk?

“Journalism is not concerned with reporting objective things, rather it is about reporting siginifcant things objectively”
– Carl Fox

Leefde ik maar in de 19e eeuw. Waar volgens Habermas de ideale publieke sfeer aanwezig was. Waar een publiek debat tussen de bevolking kon plaatsvinden. Waar kranten en publieke debatten de agora waren voor spontane discussies. Waar de pers vrij en democratisch kon zijn. Het klinkt wel als Utopia voor de journalisten van deze wereld. Ook vandaag zijn er aanhangers van Habermas die de media en dan meer bepaald de nieuwe media als redmiddel van de democratie zien. Daar had ik nu zelf nooit aan gedacht! Wacht, neem eens een democratie die de laatste tijd heel wat belangstelling heeft gekregen. Nee, je moet niet zo lang zoeken hoor, kijk gewoon eens even naar België. Als Brusselse student heb ik de ‘vredige’ betoging van 6 november met al mijn zintuigen mogen waarnemen. Brussel rook naar urine. Mijn oren ontploften bij iedere bommetje dat de manifestanten gooiden. Ik zag auto’s in vuur en vlam staan. De geur van ontevredenheid overheerste in mijn mond.  En als Belg voelde ik schaamte. Het lijkt wel of het democratisch recht van staken vergleden is naar een banale vorm van agressie. Het is misschien wel kort door de bocht, maar met de opkomende stakingen, die een hoop kritiek uiten op onze federale en Vlaamse regering, durf ik te zeggen dat ons land, onze democratie misschien nood heeft aan verbetering? Wel dus, volgens de utopisten is nieuwe media de oplossing voor België, om de democratie beter te laten werken. Dus geef die stakers en havenwerkers een paar computers en het probleem is opgelost?

 Deze nieuwe media zouden volgens de utopisten de publieke sfeer van Habermas reactiveren. Burgers zouden samenkomen op internet  (bijvoorbeeld op deze blog) en beginnen discussiëren en debatteren over de problemen in de samenleving. Een oude gewoonte in een nieuw jasje? Neo-luddisten denken van niet. Nieuwe media zal volgens hen alleen maar zorgen voor fragmentering. Mensen gaan op zoek naar wat ze al kennen en staan niet open voor nieuwe ideeën, laat staan discussies en debatten.

Beide visies hebben voor –en nadelen. Maar de grootste kanttekening die ik graag zou willen maken, is één van hegemonische aard. Allemaal goed en wel dat we door het internet meer platformen hebben om op te communiceren. Maar wie gaat er nu echt informatie over de samenleving opzoeken op een blog of ander online platform? Ik alvast niet. Gaan de meeste internetgebruikers hun papieren bronnen niet inruilen voor dezelfde elektronische? Ik doe het zelf ook, als ik op kot zit dan lees ik de krant online en tijdens het weekend lees ik de papieren versie. Ik kan mij niet voorstellen dat deze gewoonte zal bijdragen tot het maatschappelijk debat. Daarnaast worden al deze platformen gemaakt door dezelfde elite met dezelfde ideeën.

school_of_journalism_politics_131875

Maar kunnen we het hen kwalijk nemen? Chomsky heeft ons geleerd dat het winstoogmerk en de eigendomstructuur van de mediaorganisatie één van de belangrijkste filters zijn in het nieuwsproces. Zeker in deze economie zou men kunnen zeggen dat dit proces steeds minder onpartijdig wordt. Natuurlijk is dit propaganda model van Chomsky enkel theorie en durf ik geen enkele Vlaamse mediamaatschappij te beschuldigen van onpartijdigheid.

Ik vergeet een – volgens mij – heel belangrijke speler op de markt. Namelijk de alternatieve media. Deze media willen zich specifiek onderscheiden van de mainstream media. Niet alleen journalisten met een diploma of ervaring schrijven voor deze media, maar ook burgerjournalisten zijn welkom. DeWereldMorgen.be wilt bijvoorbeeld het publiek meer laten participeren. Dit zou dus net wel een bijdrage geven aan het democratische debat. Het hegemonieconcept van Gramsci werd in deze betekenis verder uitgewerkt door de post-marxisten Laclau en Mouffe. Volgens hen mag je bij politieke onderwerpen niet enkel de politieke instellingen zelf aan het bod laten komen, maar je moet ook relaas doen over universiteiten, scholen, het dagelijkse leven, families,… omdat politiek namelijk niet enkel wordt beoefend achter de gesloten deuren van de wetstraat of eender welke andere officiële instelling. Nee, politiek wordt ook bedreven in de voorgenoemde ruimtes. Als men hierover ook berichtgeeft, wat de alternatieve media meer tracht te doen dan de mainstream media, dan is het een veelbelovende poging om het democratisch samenzijn te verbeteren.

“The man who reads nothing at all is better educated than the man who reads nothing but newspapers.”
– Thomas Jefferson


Bronnen

Carpentier, N., & De Vos, P. (2001). De discourstheorie van Laclau en Mouffe als denkkader en instrumentarium voor sociaal-wetenschappelijke analyse. Ethiek & Maatschappij, 4(4), 3-30.

Cooley, A. (2010). Failed States in Education: Chomsky on Dissent, Propaganda, and Reclaiming Democracy in the Media Spectacle. Educational Studies: A journal of the American Educational Studies Association, 46(6), 579-605.

Fox, C. (2013). Public Reason, Objectivity, and Journalism in Liberal Democratic Societies. Res Publica, 19, 257-273.

Maesseele, P. (2013). Powerpoints: Actuele Ontwikkelingen in de Communicatiewetenschappen.

Websites

www.dewereldmorgen.be

A Continuum of Condemning the Press