Survival (of the fittest) in the digital world

De wereld waarin ik – en hoogstwaarschijnlijk ook alle andere lezers van deze blog – leef, zit vol met gepresumeerde vanzelfsprekendheden. Als we iets moeten opzoeken nemen we onze computer, Smartphone of Ipad en klaar is kees. Als we willen afspreken met iemand volstaat één telefoontje of smsje om met elkaar in contact te komen. Als we het weer voor de volgende dagen willen kennen is dit slechts één app verwijderd. Maar als we even naar een land reizen – en daarvoor moeten we nog niet eens naar een andere tijdzone gaan– dan vinden we deze luxe niet altijd. We zijn dan gecharmeerd dat sommige mensen nog in contact met elkaar staan via tamtam of handgeschreven brieven. We vinden dat dan vaak eigen aan die cultuur omdat deze anders is dan onze cultuur en onze gewoonten. Maar is dit Westerse standpunt eigenlijk niet vrij egoïstisch? Voor onze jaarlijkse vakantie kan het wel eens tof zijn om geen internettoegang te hebben en bevrijd te zijn van een stroom van e-mails, tweets, berichten en informatie. Maar voor ons geldt dit hoogstens gedurende enkele weken per jaar. Wat als je nooit toegang tot het internet kan hebben? In deze context wordt dan verwezen naar de digitale kloof.

digital_divide-e1345768702912

De digitale kloof kan verwijzen naar twee niveaus, namelijk het nationale en het globale niveau. Het nationale niveau wil zeggen dat er een verschil is tussen ‘information haves’ en ‘information have nots’, hiermee wordt naar de kloof tussen arm en rijk gerefereerd. Maar in deze blog zou ik het graag willen hebben over het globale niveau van de digitale kloof. De digitale kloof wordt op globaal niveau gedefinieerd als de mate waarin rijke en arme landen voordelen hebben aan nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, zoals o.m. internet. Deze toegang tot internet – wat eigenlijk synoniem is van toegang tot informatie – heeft volgens Christopher Vollmer, leider van de ‘strategy & global media and Entertainment practice’, een positieve invloed op alle aspecten van de ontwikkeling van een land. Het bruto binnenlands product stijgt namelijk naar mate een land aan digitalisatie wint. Bewezen is ook dat er nieuwe werkgelegenheid komt en dat de levenskwaliteit en de opvoedingsgraad stijgen door de komst van technologie in een land. De Verenigde Naties namen dan ook deze term op in hun ‘Human Development Report’ en gebruikten digitalisatie als oplossing voor traditionele problemen van armoede, gezondheid, onderwijs, tewerkstelling en sociale gelijkheid.

Statistieken tonen aan dat Europa het werelddeel is waar de ICT development Index (IDI), het hoogste is. Afrika is het land met de laagste IDI. Ook Azië en de Arabische staten liggen onder het wereldgemiddelde van IDI.

4afrika

We kunnen er dus niet onderuit. Internet geeft toegang tot informatie, informatie geeft toegang tot kennis, en kennis geeft macht. Maar zijn mensen uit arme landen wel op zoek naar dit soort macht. Zelf ben ik enkele jaren geleden in Cambodja geweest, één van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Ik herinner me het stadje Kratie nog goed. Immense regenval zorgde er voor dat een vriendelijke Cambodjaan me binnenliet in zijn huis. Zijn gastvrijheid was hartverwarmend maar ik moest toch even slikken toen ik zijn huis betrad. Een houten constructie dat de regen amper tegenhield. Is technologie dan belangrijker dan een dak boven je hoofd? Voor mijn vriendelijke Cambodjaan zou de keuze snel gemaakt zijn. Deze gedachte komt niet enkel bij mij op. Ook Bill Gates, de topman van Microsoft, is bezorgd om andere dingen dan technologie in derde wereldlanden. Hij focust zich dan ook met zijn Bill & Melinda Gates Foundation op het verbeteren van gezondheid in deze landen. In de zelfde lijn kadert ook de houding van het Copenhagen Consensus Project, dat een samenkomst is van werelds grootste economische leiders die oordelen over wat de belangrijkste ontwikkelingsmiddelen in de wereld zijn. Van de 17 prioriteiten stond ICT er niet tussen.

Dus, langs de ene kant zorgt technologie voor een verbetering van de levensstandaard, werkgelegenheid en scholingsgraad. Maar we mogen de andere – meer levensbedreigende – problemen niet over het hoofd zien. Ik vind het helemaal niet eenvoudig te bepalen wat nu het belangrijkste is. Dit komt wellicht omdat ik nog in een wereld heb geleefd waar men niet alles op het internet kon opzoeken of waar men niet even snel een smsje kon sturen. Maar mijn tienerjaren zijn lang voorbij. Ik neig te zeggen dat de prioriteit is om mensen basisbehoeften te kunnen geven. Water is nu eenmaal belangrijk dan internet. Maar misschien ga ik te kort door de bocht. Er zijn namelijk veel nieuwe mogelijkheden voor deze armere landen die precies door de komst van het internet mogelijk worden gemaakt. Zo bestaat er een website waar vissers kunnen controleren welke vis ze in welk deel van de zee kunnen vangen. Ook het raadplegen van weersvoorspellingen kan veel boeren van pas komen. Deze landen de luxe van het internet, zoals wij dit kennen, niet gunnen zou niet correct zijn. Het is net belangrijk dat deze landen mee evolueren en zo hun levensstandaard kunnen verbeteren. Anders blijven we misschien nog lang over derde wereld landen spreken.

 Daarnaast wil ik nog een kleine kanttekening maken. Vorige zomer trok ik voor een maand naar Cuba. Geen internettoegang gedurende een maand, niet voor ons toeristen, maar ook niet voor de lokale bevolking. In één van mijn vorige blogs heb ik al verteld dat ik dit soort ‘vrijheid’ erg apprecieerde. Maar hoe stond de lokale bevolking er tegenover? We verbleven altijd in casas particulares, dit wil eigenlijk zeggen dat we bij mensen thuis verbleven. Zo sliepen we één nacht bij een koppel die een tienerdochter had. In haar kamer stond een computer, even dacht ik, misschien kan ik vanuit hier in contact staan met de buitenwereld. Maar uiteraard, geen internet op de computer. Het was verfrissend om te zien hoe zowel de jonge als de oude bevolking op een bepaalde manier socialer zijn dan wij Belgen en Westerlingen. Mensen kijken niet om de tien minuten of om het uur op hun gsm. Er is geen stroom van e-mails die men direct moet nalezen. Nee, iets langer op het strand blijven en salsa dansen. Zo vullen jong en oud hun vrije tijd. Verfrissend, niet?


Bronnen

Behind the digital divide. (2005, maart 10). Opgeroepen op december 14, 2014, van Economist: http://www.economist.com/node/3714058

James, J. (2004). The global digital divide in the Internet: developed countries constructs and Third World realities. Journal of Communication Science , 31 (2), 114-123.

Union, I. T. (2014). Measuring the Information Society Report. Switzerland: ITU.

De Smaele, H., & Verschooten, C. (Brussel, 11.12.2014). Nieuwe media en mediaconvergentie: de digitale kloof [Powerpointpresentatie].

http://www.economist.com/node/3714058

Afbeeldingen

http://www.siliconbeat.com/2012/08/23/californias-digital-divide-closing-but-still-there/

http://www.neowin.net/news/microsoft-expands-african-white-spaces-internet-project-to-south-africa

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s